BWBR0004907
Geldig vanaf 1990-12-13
Artikel 18
Examenbesluit Wet op de architectentitel
1. In het eerste onderdeel van het examen legt de kandidaat aan de examencommissie een in overleg met de commissie te bepalen aantal, doch niet meer dan drie, door hem of mede door hem vervaardigde stedebouwkundige ontwerpen met de daarbij behorende schriftelijke toelichtingen voor, en licht deze mondeling toe.
2. Naar aanleiding van de voorgelegde en toegelichte ontwerpen onderzoekt de examencommissie of de kandidaat beschikt over:
a. het vermogen om informatie vanuit andere bij de ruimtelijke ordening betrokken disciplines om te zetten in ruimtelijke concepten, en
b. het vermogen om in de ontwikkeling van een ruimtelijk concept menselijke behoeften en maatstaven te betrekken bij het vormgeven van de relatie tussen de mens en zijn omgeving.
2. Naar aanleiding van de voorgelegde en toegelichte ontwerpen onderzoekt de examencommissie of de kandidaat beschikt over:
a. het vermogen om informatie vanuit andere bij de ruimtelijke ordening betrokken disciplines om te zetten in ruimtelijke concepten, en
b. het vermogen om in de ontwikkeling van een ruimtelijk concept menselijke behoeften en maatstaven te betrekken bij het vormgeven van de relatie tussen de mens en zijn omgeving.