BWBR0004593
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 24
Eindexamenbesluit VO
1. Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 10b van de wet, omvat in elk geval:
a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat,
b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en
c. een beroepsgericht programma, bestaande uit: 1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en
2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet.
1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en
2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet.
2. Artikel 23, tweede lid, is van toepassing.
3. In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdeel b, van de wetdan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wetjuncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen.
4. In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen:
a. een vak, genoemd in artikel 10b, zesde lid, van de wet, of een vak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet,
b. het vak Friese taal en cultuur, genoemd in artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de kaderberoepsgerichte leerweg,
d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk artikel 10 of artikel 10d van de wet, of
e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.
5. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding waarvoor vrijstelling is verleend op grond van artikel 26n, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat,
b. de twee algemene vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en
c. een beroepsgericht programma, bestaande uit: 1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en
2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet.
1°. het profielvak dat het profieldeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en
2°. in het vrije deel vier beroepsgerichte keuzevakken, als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet.
2. Artikel 23, tweede lid, is van toepassing.
3. In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdeel b, van de wetdan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wetjuncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen.
4. In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen:
a. een vak, genoemd in artikel 10b, zesde lid, van de wet, of een vak als bedoeld in artikel 10b, zevende lid, onderdeel a, van de wet,
b. het vak Friese taal en cultuur, genoemd in artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de kaderberoepsgerichte leerweg,
d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk artikel 10 of artikel 10d van de wet, of
e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.
5. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding waarvoor vrijstelling is verleend op grond van artikel 26n, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.