BWBR0004593
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 48
Eindexamenbesluit VO
1. De directeur en de examensecretaris van het eindexamen stellen in geval van een eindexamen de uitslag vast met inachtneming van artikel 49of artikel 50, en voor zover van toepassing artikel 52c.
2. De uitslag luidt «geslaagd» of «afgewezen».
3. Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen betrekken de directeur en de examensecretaris van het eindexamen een of meer eindcijfers van de vakken niet bij de bepaling van de definitieve uitslag. De overgebleven vakken dienen een eindexamen te vormen.
4. Indien de kandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs examen aflegt in één vak of in een aantal vakken die samen geen eindexamen vormen, kan de kandidaat daaraan voorafgaand aan de examencommissie vavo kenbaar maken, het volledig eindexamen te willen afleggen door voor de ontbrekende vakken in aanvulling op de cijferlijst voor die vakken aan deze examencommissie één of meer van de volgende bewijsstukken te overleggen:
a. een of meer in artikel 52, eerste lid, of artikel 52c, bedoelde cijferlijsten van een school voor voortgezet onderwijs, uitgereikt in een eerder jaar;
b. een of meer door een andere instelling voor educatie en beroepsonderwijs afgegeven cijferlijsten als bedoeld in artikel 52, eerste lid, of 53, eerste lid, van dit besluit of op grond van een resultatenlijst als bedoeld in artikel 7.4.6, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. een of meer cijferlijsten als bedoeld in artikel 30, eerste of tweede lid, of artikel 31, eerste lid, van het Staatsexamenbesluit VO;
d. een of meer bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van dit besluit, of als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van het Staatsexamenbesluit VO.
5. Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
6. De kandidaat toont in voorkomend geval ten genoegen van de directeur aan dat hij recht heeft op een vrijstelling of ontheffing ingevolge de artikelen 11, 12, 13, 22, 23, 24of 25, onverminderd de artikelen 14en 26, of ingevolge artikel 9, van dit besluit, dan wel als bedoeld in artikel 10 van het Staatsexamenbesluit VO.
7. De directeur vergewist zich ervan dat het eindexamen de in de artikelen 11, 12, 13, 22, 23, 24of 25voorgeschreven vakken omvat.
8. Indien de kandidaat eindexamen heeft afgelegd en in datzelfde jaar deelstaatsexamen heeft afgelegd of deeleindexamen aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, worden de met het deelstaatsexamen respectievelijk deeleindexamen behaalde cijfers, indien de kandidaat daarom tijdig en schriftelijk heeft verzocht, betrokken bij de uitslagbepaling.
2. De uitslag luidt «geslaagd» of «afgewezen».
3. Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen betrekken de directeur en de examensecretaris van het eindexamen een of meer eindcijfers van de vakken niet bij de bepaling van de definitieve uitslag. De overgebleven vakken dienen een eindexamen te vormen.
4. Indien de kandidaat aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs examen aflegt in één vak of in een aantal vakken die samen geen eindexamen vormen, kan de kandidaat daaraan voorafgaand aan de examencommissie vavo kenbaar maken, het volledig eindexamen te willen afleggen door voor de ontbrekende vakken in aanvulling op de cijferlijst voor die vakken aan deze examencommissie één of meer van de volgende bewijsstukken te overleggen:
a. een of meer in artikel 52, eerste lid, of artikel 52c, bedoelde cijferlijsten van een school voor voortgezet onderwijs, uitgereikt in een eerder jaar;
b. een of meer door een andere instelling voor educatie en beroepsonderwijs afgegeven cijferlijsten als bedoeld in artikel 52, eerste lid, of 53, eerste lid, van dit besluit of op grond van een resultatenlijst als bedoeld in artikel 7.4.6, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. een of meer cijferlijsten als bedoeld in artikel 30, eerste of tweede lid, of artikel 31, eerste lid, van het Staatsexamenbesluit VO;
d. een of meer bewijzen van ontheffing als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van dit besluit, of als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van het Staatsexamenbesluit VO.
5. Cijferlijsten worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken, indien na het jaar waarin zij zijn vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Bewijzen van ontheffing worden uitsluitend bij de vaststelling van de uitslag betrokken indien na het jaar waarin het onderliggende diploma, getuigschrift of ander bewijsstuk is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken.
6. De kandidaat toont in voorkomend geval ten genoegen van de directeur aan dat hij recht heeft op een vrijstelling of ontheffing ingevolge de artikelen 11, 12, 13, 22, 23, 24of 25, onverminderd de artikelen 14en 26, of ingevolge artikel 9, van dit besluit, dan wel als bedoeld in artikel 10 van het Staatsexamenbesluit VO.
7. De directeur vergewist zich ervan dat het eindexamen de in de artikelen 11, 12, 13, 22, 23, 24of 25voorgeschreven vakken omvat.
8. Indien de kandidaat eindexamen heeft afgelegd en in datzelfde jaar deelstaatsexamen heeft afgelegd of deeleindexamen aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, worden de met het deelstaatsexamen respectievelijk deeleindexamen behaalde cijfers, indien de kandidaat daarom tijdig en schriftelijk heeft verzocht, betrokken bij de uitslagbepaling.