BWBR0005946
Geldig vanaf 2015-08-01
Artikel 26n
Inrichtingsbesluit WVO
1. Het bevoegd gezag van een school voor mavo of vbo kan een leerling, na overleg met de leerling en, indien de leerling minderjarig is, met diens ouders, voogden of verzorgers, ontheffing verlenen van het volgen van het onderwijs in lichamelijke opvoeding, indien de leerling vanwege diens lichamelijke gesteldheid niet in staat is dit onderwijs te volgen. Het bevoegd gezag geeft de inspectie kennis van de verleende ontheffing en vermeldt daarbij de gronden waarop deze ontheffing berust.
2. Het bevoegd gezag kan toestaan dat een ontheffing, verleend voor de eerste twee leerjaren van het volgen van een tweede moderne vreemde taal, tevens geldt als ontheffing voor die taal voor de periode waarin de leerling onderwijs in de kaderberoepsgerichte, theoretische of gemengde leerweg volgt, met dien verstande dat Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde in de plaats komt van het onderwijs in de taal waarvoor de vrijstelling is verleend. Deze toestemming kan slechts worden verleend ten behoeve van leerlingen die:
a. op grond van artikel 22, tweede lid, beschikken over een ontheffing en deze ontheffing wordt voortgezet,
b. in de periode van de eerste twee leerjaren onderwijs in de Arabische taal, de Turkse taal, of Spaanse taal volgden, of
c. onderwijs gaan volgen in de basisberoepsgerichte leerweg en die in het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar leerwegondersteunend onderwijs volgden.
3. Dit artikel geldt tevens voor leerlingen die in een hoger leerjaar voor de eerste maal in Nederland tot een school zijn toegelaten.
4. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg en die in plaats van de vakken, als bedoeld in artikel 10b van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 10 van de wetof artikel 26cdan wel 26b, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
5. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, die in het bezit is van een diploma vmbo in een andere leerweg, en die in plaats van de vakken, bedoeld in artikel 10b, of als extra vak, examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 10 van de wet, artikel 26bof artikel 26c, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
6. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, die in het bezit is van een diploma vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg, de theoretische leerweg of de gemengde leerweg, en die in plaats van de vakken, bedoeld in artikel 10b van de wet, of als extra vak, examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 10b van de wet, artikel 26bdan wel artikel 26c, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
7. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de gemengde leerweg, die in het bezit is van een diploma vmbo en die in plaats van de vakken, bedoeld in artikel 10d, of als extra vak, examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 10of artikel 10b van de wet, of artikel 26bdan wel artikel 26c, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak, respectievelijk deze vakken.
2. Het bevoegd gezag kan toestaan dat een ontheffing, verleend voor de eerste twee leerjaren van het volgen van een tweede moderne vreemde taal, tevens geldt als ontheffing voor die taal voor de periode waarin de leerling onderwijs in de kaderberoepsgerichte, theoretische of gemengde leerweg volgt, met dien verstande dat Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde in de plaats komt van het onderwijs in de taal waarvoor de vrijstelling is verleend. Deze toestemming kan slechts worden verleend ten behoeve van leerlingen die:
a. op grond van artikel 22, tweede lid, beschikken over een ontheffing en deze ontheffing wordt voortgezet,
b. in de periode van de eerste twee leerjaren onderwijs in de Arabische taal, de Turkse taal, of Spaanse taal volgden, of
c. onderwijs gaan volgen in de basisberoepsgerichte leerweg en die in het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar leerwegondersteunend onderwijs volgden.
3. Dit artikel geldt tevens voor leerlingen die in een hoger leerjaar voor de eerste maal in Nederland tot een school zijn toegelaten.
4. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, die in het bezit is van het diploma vmbo in de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg en die in plaats van de vakken, als bedoeld in artikel 10b van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 10 van de wetof artikel 26cdan wel 26b, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
5. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, die in het bezit is van een diploma vmbo in een andere leerweg, en die in plaats van de vakken, bedoeld in artikel 10b, of als extra vak, examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 10 van de wet, artikel 26bof artikel 26c, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
6. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, die in het bezit is van een diploma vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg, de theoretische leerweg of de gemengde leerweg, en die in plaats van de vakken, bedoeld in artikel 10b van de wet, of als extra vak, examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 10b van de wet, artikel 26bdan wel artikel 26c, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
7. De leerling van een school voor vmbo, voor zover het betreft de gemengde leerweg, die in het bezit is van een diploma vmbo en die in plaats van de vakken, bedoeld in artikel 10d, of als extra vak, examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 10of artikel 10b van de wet, of artikel 26bdan wel artikel 26c, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak, respectievelijk deze vakken.