BWBR0004593
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 31b
Eindexamenbesluit VO
1. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs wijkt bij de vaststelling van het programma van toetsing en afsluiting als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, slechts af van het voorstel van de examencommissie, bedoeld in artikel 35e, eerste lid, onderdeel b, nadat het bevoegd gezag:
a. overleg heeft gepleegd met de examencommissie; en
b. de afwijking schriftelijk heeft gemotiveerd.
2. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs zendt de schriftelijke motivering bedoeld in het tweede lid, zo spoedig mogelijk aan de examencommissie en de medezeggenschapsraad.
3. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs behoeft voor het vaststellen van het programma van toetsing en afsluiting de instemming van de medezeggenschapsraad van de school, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de Wet medezeggenschap op scholen.
4. De examencommissie vavo behoeft voor het vaststellen van het programma van toetsing en afsluiting de instemming van de studentenraad van de instelling voor educatie en beroepsonderwijs bedoeld in artikel 8a.2.2, derde lid, onder e, van de Wet op het beroepsonderwijs.
5. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs respectievelijk de examencommissie vavo zendt jaarlijks voor 1 oktober het vastgestelde programma van toetsing en afsluiting voor het desbetreffende schooljaar aan de kandidaten en de inspectie.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op deeleindexamens.
a. overleg heeft gepleegd met de examencommissie; en
b. de afwijking schriftelijk heeft gemotiveerd.
2. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs zendt de schriftelijke motivering bedoeld in het tweede lid, zo spoedig mogelijk aan de examencommissie en de medezeggenschapsraad.
3. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs behoeft voor het vaststellen van het programma van toetsing en afsluiting de instemming van de medezeggenschapsraad van de school, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de Wet medezeggenschap op scholen.
4. De examencommissie vavo behoeft voor het vaststellen van het programma van toetsing en afsluiting de instemming van de studentenraad van de instelling voor educatie en beroepsonderwijs bedoeld in artikel 8a.2.2, derde lid, onder e, van de Wet op het beroepsonderwijs.
5. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs respectievelijk de examencommissie vavo zendt jaarlijks voor 1 oktober het vastgestelde programma van toetsing en afsluiting voor het desbetreffende schooljaar aan de kandidaten en de inspectie.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op deeleindexamens.