BWBR0004593
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 9
Eindexamenbesluit VO
1. Onverminderd vrijstellingen en ontheffingen als bedoeld in de artikelen 11, 12, 13en 22is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs:
a. vrijgesteld van het examen in een vak van de theoretische leerweg in het vmbo op grond van een examen vwo, havo, theoretische leerweg of gemengde leerweg vmbo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
b. vrijgesteld van het examen in een vak in het havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
c. vrijgesteld van het examen in een vak in het vwo op grond van een examen vwo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
d. vrijgesteld van het examen in een vak van het vwo, havo of vmbo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in Curaçao, Sint Maarten, Aruba, Bonaire, Saba of Sint Eustatius, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
e. vrijgesteld van het profielwerkstuk vwo of havo, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
f. vrijgesteld van het profielwerkstuk vmbo, indien reeds eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit het profiel van de kandidaat, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Het eerste lid, onderdeel f, is daarbij van overeenkomstige toepassing op een reeds eerder gemaakt sectorwerkstuk dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».
3. In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met d, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 49of artikel 50om te slagen voor het eindexamen.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste lid.
a. vrijgesteld van het examen in een vak van de theoretische leerweg in het vmbo op grond van een examen vwo, havo, theoretische leerweg of gemengde leerweg vmbo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
b. vrijgesteld van het examen in een vak in het havo op grond van een examen vwo of havo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
c. vrijgesteld van het examen in een vak in het vwo op grond van een examen vwo, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
d. vrijgesteld van het examen in een vak van het vwo, havo of vmbo op grond van het overeenkomstige examen, afgelegd in Curaçao, Sint Maarten, Aruba, Bonaire, Saba of Sint Eustatius, indien voor het overeenkomstige vak een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering is behaald;
e. vrijgesteld van het profielwerkstuk vwo of havo, indien reeds eerder een profielwerkstuk is gemaakt dat betrekking heeft op een of meer vakken van dezelfde schoolsoort, behorende tot het profiel van de kandidaat en waarvoor een eindcijfer 6 of hoger is behaald;
f. vrijgesteld van het profielwerkstuk vmbo, indien reeds eerder een profielwerkstuk vmbo is gemaakt dat betrekking heeft op een thema uit het profiel van de kandidaat, en dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».
2. Het eerste lid is uitsluitend van toepassing indien na het jaar waarin het eindcijfer of de beoordeling is vastgesteld, nog geen 10 jaren zijn verstreken. Het eerste lid, onderdeel f, is daarbij van overeenkomstige toepassing op een reeds eerder gemaakt sectorwerkstuk dat is beoordeeld als «voldoende» of «goed».
3. In aanvulling op het eerste lid, onder a tot en met d, is de daar bedoelde kandidaat eveneens vrijgesteld indien het eindcijfer 5 of 4 is behaald, mits de kandidaat voldoet aan de voorwaarden van artikel 49of artikel 50om te slagen voor het eindexamen.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste lid.