BWBR0004593
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 22
Eindexamenbesluit VO
1. Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de wet, omvat in elk geval:
a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10, vijfde lid, van de wet, omvat,
b. de twee vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, en
c. in het vrije deel twee nog niet in het profieldeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, met dien verstande dat het profieldeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn.
2. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat met het profiel economie of met leerwegondersteunend onderwijs, ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in één van de vakken Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde.
3. Indien de kandidaat in het vrije deel twee kunstvakken kiest, wordt één kunstvak gekozen uit de vakken behorende tot de beeldende vorming en één kunstvak uit de vakken muziek, dans en drama.
4. In geval van toepassing van artikel 10, negende lid, van de wet, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het zevende lid, gekozen kan worden.
5. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vrijgesteld van de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel.
6. In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de vakken Franse taal of Duitse taal van het sectordeel of van beide. Artikel 11, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
7. In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen:
a. een vak als bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet,
b. een vak dat behoort tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de wet, of
c. een vak genoemd in, dan wel aangewezen op grond van, artikel 13 of 14 van de wet.
8. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding waarvoor vrijstelling is verleend op grond van artikel 26n, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
9. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en die op grond van artikel 11 van de Beleidsregel verstrekking LOOT-licentiedan wel artikel 11 van de Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VOontheffing heeft verkregen voor een of meer van de in die artikelen genoemde vakken, bij het eindexamen vrijgesteld van dat vak of die vakken.
a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10, vijfde lid, van de wet, omvat,
b. de twee vakken die het profieldeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, waaronder tevens begrepen een profielwerkstuk, en
c. in het vrije deel twee nog niet in het profieldeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, met dien verstande dat het profieldeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn.
2. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat met het profiel economie of met leerwegondersteunend onderwijs, ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede of derde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in één van de vakken Arabische taal, Turkse taal, Spaanse taal, maatschappijkunde, geschiedenis en staatsinrichting, of aardrijkskunde.
3. Indien de kandidaat in het vrije deel twee kunstvakken kiest, wordt één kunstvak gekozen uit de vakken behorende tot de beeldende vorming en één kunstvak uit de vakken muziek, dans en drama.
4. In geval van toepassing van artikel 10, negende lid, van de wet, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het zevende lid, gekozen kan worden.
5. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vrijgesteld van de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel.
6. In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de vakken Franse taal of Duitse taal van het sectordeel of van beide. Artikel 11, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
7. In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen:
a. een vak als bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet,
b. een vak dat behoort tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de wet, of
c. een vak genoemd in, dan wel aangewezen op grond van, artikel 13 of 14 van de wet.
8. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de theoretische leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van het vak lichamelijke opvoeding waarvoor vrijstelling is verleend op grond van artikel 26n, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
9. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en die op grond van artikel 11 van de Beleidsregel verstrekking LOOT-licentiedan wel artikel 11 van de Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VOontheffing heeft verkregen voor een of meer van de in die artikelen genoemde vakken, bij het eindexamen vrijgesteld van dat vak of die vakken.