BWBR0004593
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 37
Eindexamenbesluit VO
1. Het centraal examen voor de scholen voor voortgezet onderwijs kent een eerste, tweede en derde tijdvak.
2. Het eerste en tweede tijdvak worden afgenomen in het laatste leerjaar.
3. Het derde tijdvak wordt aansluitend aan het laatste leerjaar afgenomen door het College voor toetsen en examens.
4. Het College voor toetsen en examens kan vakken aanwijzen waarin wegens het zeer geringe aantal kandidaten, het centraal examen in het tweede tijdvak wordt afgenomen door het College voor toetsen en examens.
5. Bij toepassing van het derde of vierde lid, gelden de volgende regels:
a. de directeur deelt aan Onze Minister mee welke kandidaten het centraal examen zullen afleggen en in welke vakken;
b. de kandidaten leveren de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. Het College voor toetsen en examens bepaalt, in welke gevallen wordt afgeweken van de eerste volzin alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin aan de kandidaten worden teruggegeven;
c. het College voor toetsen en examens deelt het door de kandidaat behaalde cijfer voor het centraal examen aan de directeur mee.
6. Het College voor toetsen en examens kan bepalen dat een toets wordt afgenomen op een tijdstip dat is gelegen voor de aanvang van het eerste tijdvak.
7. Het College voor toetsen en examens kan voor een toets een afnameperiode instellen waarbinnen het bevoegd gezag zelf de afnametijdstippen bepaalt. Deze afnameperiode vangt niet eerder aan dan op 1 april van het desbetreffende examenjaar en omvat het eerste en tweede tijdvak van dat examenjaar.
8. Het College voor toetsen en examens kan regels stellen voor de uitvoering van een toets van het centraal examen.
2. Het eerste en tweede tijdvak worden afgenomen in het laatste leerjaar.
3. Het derde tijdvak wordt aansluitend aan het laatste leerjaar afgenomen door het College voor toetsen en examens.
4. Het College voor toetsen en examens kan vakken aanwijzen waarin wegens het zeer geringe aantal kandidaten, het centraal examen in het tweede tijdvak wordt afgenomen door het College voor toetsen en examens.
5. Bij toepassing van het derde of vierde lid, gelden de volgende regels:
a. de directeur deelt aan Onze Minister mee welke kandidaten het centraal examen zullen afleggen en in welke vakken;
b. de kandidaten leveren de opgaven, de door hen gemaakte aantekeningen alsmede andere door hen gemaakte stukken in bij een van degenen die toezicht houden. Het College voor toetsen en examens bepaalt, in welke gevallen wordt afgeweken van de eerste volzin alsmede in welke gevallen en op welk tijdstip de opgaven, de aantekeningen en de andere stukken, bedoeld in die volzin aan de kandidaten worden teruggegeven;
c. het College voor toetsen en examens deelt het door de kandidaat behaalde cijfer voor het centraal examen aan de directeur mee.
6. Het College voor toetsen en examens kan bepalen dat een toets wordt afgenomen op een tijdstip dat is gelegen voor de aanvang van het eerste tijdvak.
7. Het College voor toetsen en examens kan voor een toets een afnameperiode instellen waarbinnen het bevoegd gezag zelf de afnametijdstippen bepaalt. Deze afnameperiode vangt niet eerder aan dan op 1 april van het desbetreffende examenjaar en omvat het eerste en tweede tijdvak van dat examenjaar.
8. Het College voor toetsen en examens kan regels stellen voor de uitvoering van een toets van het centraal examen.