BWBR0004593
Geldig vanaf 2021-04-17
Artikel 13
Eindexamenbesluit VO
1. Het eindexamen havo omvat in elk geval:
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26c, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
2. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor havo bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
4. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en die op grond van artikel 13 van de Beleidsregel verstrekking LOOT-licentie VOdan wel artikel 12 van de Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VOontheffing heeft verkregen voor een of meer van de in die artikelen genoemde vakken, bij het eindexamen vrijgesteld van dat vak of die vakken.
a. de vakken van het gemeenschappelijk deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, daaronder tevens begrepen een profielwerkstuk,
b. de vakken van het profieldeel, genoemd in artikel 26c, tweede tot en met vijfde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en
c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van het vrije deel van elk profiel, genoemd in artikel 26c, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, met dien verstande dat door het bevoegd gezag vast te stellen vakken onderdeel zijn van het eindexamen uitsluitend voor zover Onze Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.
2. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor havo bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
3. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel.
4. In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs en die op grond van artikel 13 van de Beleidsregel verstrekking LOOT-licentie VOdan wel artikel 12 van de Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VOontheffing heeft verkregen voor een of meer van de in die artikelen genoemde vakken, bij het eindexamen vrijgesteld van dat vak of die vakken.