BWBR0005946
Geldig vanaf 2015-08-01
Artikel 26e
Inrichtingsbesluit WVO
1. Het bevoegd gezag van een school voor vwo of havo kan een leerling ontheffing verlenen van het volgen van het onderwijs in het vak lichamelijke opvoeding indien de leerling vanwege diens lichamelijke gesteldheid niet in staat is dit onderwijs te volgen. Het bevoegd gezag geeft de inspectie kennis van de verleende ontheffing en vermeldt daarbij de gronden waarop deze ontheffing berust.
2. De leerling van een school voor vwo die in het bezit is van het diploma havo is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in het vak maatschappijleer. Indien het betreft het atheneum is deze leerling tevens vrijgesteld van het volgen van onderwijs in het vak culturele en kunstzinnige vorming.
3. De leerling van een school voor vwo die in het bezit is van het diploma havo of het diploma vmbo en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 26c, respectievelijk artikel 10, artikel 10bof artikel 10d van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 26b, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
4. Het bevoegd gezag van een atheneum kan een leerling ontheffing verlenen van het volgen van onderwijs in de taal genoemd in artikel 26b, eerste lid, onder c, in de volgende gevallen:
a. de leerling heeft een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal;
b. de leerling heeft een andere moedertaal dan de Nederlandse taal of de Friese taal;
c. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en het onderwijs in de taal verhindert naar verwachting een succesvolle afronding van de opleiding.
5. Bij toepassing van het vierde lid, wordt de taal vervangen door een van de vakken of programma-onderdelen, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, of in het zevende lid, onder c of d, met een normatieve studielast van tenminste 440 uren, ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze als zodanig aanbiedt.
6. De leerling van een school voor havo die in het bezit is van het diploma vmbo en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 10, artikel 10bof artikel 10d van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 26cof 26b, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
2. De leerling van een school voor vwo die in het bezit is van het diploma havo is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in het vak maatschappijleer. Indien het betreft het atheneum is deze leerling tevens vrijgesteld van het volgen van onderwijs in het vak culturele en kunstzinnige vorming.
3. De leerling van een school voor vwo die in het bezit is van het diploma havo of het diploma vmbo en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 26c, respectievelijk artikel 10, artikel 10bof artikel 10d van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 26b, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.
4. Het bevoegd gezag van een atheneum kan een leerling ontheffing verlenen van het volgen van onderwijs in de taal genoemd in artikel 26b, eerste lid, onder c, in de volgende gevallen:
a. de leerling heeft een stoornis die specifiek betrekking heeft op taal of een zintuiglijke stoornis die effect heeft op taal;
b. de leerling heeft een andere moedertaal dan de Nederlandse taal of de Friese taal;
c. de leerling volgt onderwijs in het profiel natuur en techniek of het profiel natuur en gezondheid en het onderwijs in de taal verhindert naar verwachting een succesvolle afronding van de opleiding.
5. Bij toepassing van het vierde lid, wordt de taal vervangen door een van de vakken of programma-onderdelen, genoemd in artikel 26b, derde tot en met zesde lid, of in het zevende lid, onder c of d, met een normatieve studielast van tenminste 440 uren, ter keuze van de leerling, voor zover het bevoegd gezag deze als zodanig aanbiedt.
6. De leerling van een school voor havo die in het bezit is van het diploma vmbo en die in plaats van de vakken, genoemd in artikel 10, artikel 10bof artikel 10d van de wet, of als extra vak examen heeft afgelegd in één of meer vakken van artikel 26cof 26b, is vrijgesteld van het volgen van onderwijs in dit vak respectievelijk deze vakken.