1. Aan de hand van de ingevolge artikel 14geregistreerde gegevens dient, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid en betrokken op de werkelijke tijd dat de stookinstallatie in gebruik is, te worden berekend en vervolgens geregistreerd:
a. indien onderscheidenlijk artikel 34, artikel 38, vierde lid of artikel 43, eerste lid, juncto artikel 34 van het besluit van toepassing is, van de massaconcentratie aan onderscheidenlijk zwaveldioxide, stikstofoxiden of stof in het rookgas: 1º. elke kalenderdag, van de twee voorafgaande kalenderdagen, het 48-uursgemiddelde en
2º. van elke kalendermaand, het kalendermaandgemiddelde;
1º. elke kalenderdag, van de twee voorafgaande kalenderdagen, het 48-uursgemiddelde en
2º. van elke kalendermaand, het kalendermaandgemiddelde;
b. indien artikel 40, eerste lid, onder a, van het besluit van toepassing is, van iedere kalenderdag het 24-uursgemiddelde en indien artikel 40, eerste lid, onder b, van toepassing is van ieder opeenvolgend half uur het halfuurgemiddelde van de met de rookgassen uitgeworpen hoeveelheid stikstofoxiden, berekend als stikstofdioxide en herleid naar grammen per Gigajoule Bij ISO-luchtcondities.
2. De gemiddelde waarden, bedoeld in het eerste lid, onder a, dienen te worden herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof als bepaald in
artikel 4, eerste lid, van het besluit.
3. De gemiddelde waarden bedoeld in het eerste lid, onder a, dienen in klassen te worden ingedeeld en per kalenderjaar als percentielwaarden te worden geregistreerd.
4. De klassen, bedoeld in het derde lid, dienen zodanig te zijn vastgesteld, dat toepassing kan worden gegeven aan de
artikelen 34,
38, vierde liden
43, eerste lid, juncto
34 van het besluit.