BWBR0004150
Geldig vanaf 1987-05-29
Artikel 25a
Regeling meetmethoden emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A
1. De raming van de totale uitgeworpen massahoeveelheid zwaveldioxide als bedoeld in artikel 43a, tweede lid, van het besluitgeschiedt:
a. indien de uitworp van een stookinstallatie wordt bepaald door een afzonderlijke meting: op basis van de in een kalenderjaar gemiddelde belasting en het aantal bedrijfsuren van de stookinstallatie, alsmede van het resultaat van de meest recente afzonderlijke meting die ter voldoening aan het besluit is uitgevoerd;
b. indien de uitworp wordt bepaald met toepassing van artikel 33, of 37, eerste lid, van het besluit: op basis van de in het kalenderjaar ingezette hoeveelheid van elke brandstof en het zwavelgehalte daarvan.
2. Voor de raming van de uitworp aan stikstofoxiden als bedoeld in artikel 43a, tweede lid, van het besluitis het bepaalde in het eerste lid, onder a, van overeenkomstige toepassing.
a. indien de uitworp van een stookinstallatie wordt bepaald door een afzonderlijke meting: op basis van de in een kalenderjaar gemiddelde belasting en het aantal bedrijfsuren van de stookinstallatie, alsmede van het resultaat van de meest recente afzonderlijke meting die ter voldoening aan het besluit is uitgevoerd;
b. indien de uitworp wordt bepaald met toepassing van artikel 33, of 37, eerste lid, van het besluit: op basis van de in het kalenderjaar ingezette hoeveelheid van elke brandstof en het zwavelgehalte daarvan.
2. Voor de raming van de uitworp aan stikstofoxiden als bedoeld in artikel 43a, tweede lid, van het besluitis het bepaalde in het eerste lid, onder a, van overeenkomstige toepassing.