Artikel 1
Het zwavelgehalte van de brandstoffen, bedoeld in artikel 1 van het Besluit zwavelgehalte brandstoffen(Stb. 1974, 549), wordt als volgt vastgesteld:
1. de te onderzoeken brandstof wordt, wanneer het a. een vaste stof is, bemonsterd volgens de Nederlandse norm NEN 3010,
b. een vloeistof is, bemonsterd volgens de methode van de American Society for Testing and Materials, ASTM D4057,
c. een gas is, bemonsterd volgens de methode ASTM D 1145,
d. een vloeibaar gemaakt gas is, bemonsterd volgens de methode ASTM D 1265;
a. een vaste stof is, bemonsterd volgens de Nederlandse norm NEN 3010,
b. een vloeistof is, bemonsterd volgens de methode van de American Society for Testing and Materials, ASTM D4057,
c. een gas is, bemonsterd volgens de methode ASTM D 1145,
d. een vloeibaar gemaakt gas is, bemonsterd volgens de methode ASTM D 1265;
2. het zwavelgehalte wordt bepaald, van een monster bedoeld in a. onderdeel 1, onder a, volgens de norm NEN/ISO 351,
b. onderdeel 1, onder b, volgens de methode EN ISO 14596,
c. onderdeel 1, onder c of d, volgens de methode ASTM D 2784;
a. onderdeel 1, onder a, volgens de norm NEN/ISO 351,
b. onderdeel 1, onder b, volgens de methode EN ISO 14596,
c. onderdeel 1, onder c of d, volgens de methode ASTM D 2784;
3. de interpretatie van de waarde, welke is gevonden volgens een in onderdeel 2 genoemde methode, geschiedt overeenkomstig de norm ISO 4259 (1992)
1. de te onderzoeken brandstof wordt, wanneer het a. een vaste stof is, bemonsterd volgens de Nederlandse norm NEN 3010,
b. een vloeistof is, bemonsterd volgens de methode van de American Society for Testing and Materials, ASTM D4057,
c. een gas is, bemonsterd volgens de methode ASTM D 1145,
d. een vloeibaar gemaakt gas is, bemonsterd volgens de methode ASTM D 1265;
a. een vaste stof is, bemonsterd volgens de Nederlandse norm NEN 3010,
b. een vloeistof is, bemonsterd volgens de methode van de American Society for Testing and Materials, ASTM D4057,
c. een gas is, bemonsterd volgens de methode ASTM D 1145,
d. een vloeibaar gemaakt gas is, bemonsterd volgens de methode ASTM D 1265;
2. het zwavelgehalte wordt bepaald, van een monster bedoeld in a. onderdeel 1, onder a, volgens de norm NEN/ISO 351,
b. onderdeel 1, onder b, volgens de methode EN ISO 14596,
c. onderdeel 1, onder c of d, volgens de methode ASTM D 2784;
a. onderdeel 1, onder a, volgens de norm NEN/ISO 351,
b. onderdeel 1, onder b, volgens de methode EN ISO 14596,
c. onderdeel 1, onder c of d, volgens de methode ASTM D 2784;
3. de interpretatie van de waarde, welke is gevonden volgens een in onderdeel 2 genoemde methode, geschiedt overeenkomstig de norm ISO 4259 (1992)