BWBR0002576
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 7
Dagloonregelen W.A.O.
1. Indien de uitkeringsgerechtigde laatstelijk vóór het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid in zijn beroep werkzaam was tegen een loon, dat was vastgesteld op een vast bedrag per dag, week, maand of jaar – al dan niet vermeerderd met uitkeringen, als bedoeld in artikel 1, derde lid, onder d, voor zover deze tot het normale regelmatig verstrekte loon behoorden – wordt het dagloon vastgesteld op de wijze, in de volgende leden bepaald. Regelmatig verstrekte, naar tijdsruimte vastgestelde, toeslagen worden tot het vaste bedrag gerekend.
2. Indien het loon uitsluitend bestond uit een vast bedrag, als bedoeld in het vorige lid, is het dagloon gelijk aan respectievelijk het vaste bedrag per dag, 1/260 van het 52-voud van het weekloon of 1/261 van het 12-voud van het maandloon of van het jaarloon.
3. Het bepaalde in de artikelen 4en 5is van overeenkomstige toepassing.
4. Het in dit artikel bepaalde blijft buiten toepassing indien het – mede gelet op het loon, dat de uitkeringsgerechtigde in zijn beroep pleegt te genieten – tot een kennelijk onjuist dagloon zou leiden.
2. Indien het loon uitsluitend bestond uit een vast bedrag, als bedoeld in het vorige lid, is het dagloon gelijk aan respectievelijk het vaste bedrag per dag, 1/260 van het 52-voud van het weekloon of 1/261 van het 12-voud van het maandloon of van het jaarloon.
3. Het bepaalde in de artikelen 4en 5is van overeenkomstige toepassing.
4. Het in dit artikel bepaalde blijft buiten toepassing indien het – mede gelet op het loon, dat de uitkeringsgerechtigde in zijn beroep pleegt te genieten – tot een kennelijk onjuist dagloon zou leiden.