BWBR0002576
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 10
Dagloonregelen W.A.O.
1. Indien de uitkeringsgerechtigde niet één of meer beroepen gewoonlijk uitoefende, wordt voor de vaststelling van het dagloon berekend het loon, dat hij in het jaar, aan het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid onmiddellijk voorafgaande, gemiddeld heeft genoten over de in de volledige salarisbetalingsperioden in dat jaar gelegen dagen, waarop hij gedurende ten minste de voor hem normale werktijd in de desbetreffende dienstbetrekking of dienst-betrekkingen werkzaam was.
2. Indien de uitkeringsgerechtigde niet één of meer beroepen gewoonlijk uitoefende en er geen sprake is van volledige salarisbetalingsperioden als bedoeld in het eerste lid, wordt voor de vaststelling van het dagloon berekend het loon, dat hij in het jaar, aan het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid onmiddellijk voorafgaande, gemiddeld heeft genoten over de in dat jaar gelegen dagen, waarop hij gedurende ten minste de voor hem normale werktijd in de desbetreffende dienstbetrekking of dienstbetrekkingen werkzaam was.
3. De artikelen 3, eerste lid, onderdelen a, b en d, en derde lid, 5, 6, eerste en vijfde lid, en 8zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de uitkeringsgerechtigde niet één of meer beroepen gewoonlijk uitoefende en er geen sprake is van volledige salarisbetalingsperioden als bedoeld in het eerste lid, wordt voor de vaststelling van het dagloon berekend het loon, dat hij in het jaar, aan het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid onmiddellijk voorafgaande, gemiddeld heeft genoten over de in dat jaar gelegen dagen, waarop hij gedurende ten minste de voor hem normale werktijd in de desbetreffende dienstbetrekking of dienstbetrekkingen werkzaam was.
3. De artikelen 3, eerste lid, onderdelen a, b en d, en derde lid, 5, 6, eerste en vijfde lid, en 8zijn van overeenkomstige toepassing.