BWBR0002576
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 15
Dagloonregelen W.A.O.
1. Indien op de uitkeringsgerechtigde het bepaalde in artikel 18, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringvan toepassing is, wordt voor de toepassing van deze regelen verstaan onder:
a. het beroep, dat hij gewoonlijk uitoefende: het beroep dat hij na de aanvang van zijn verzekering gewoonlijk uitoefende;
b. de beroepen, die hij gewoonlijk uitoefende: de beroepen, die hij na de aanvang van zijn verzekering gewoonlijk uitoefende;
c. zijn normale loon: het loon dat voor hem, gezien zijn bij de aanvang der verzekering aanwezige gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, normaal was in het beroep, dat hij na de aanvang van zijn verzekering gewoonlijk uitoefende;
d. het hogere loon, bedoeld in artikel 11, eerste lid: het hogere loon, waarop hij aanspraak zou hebben gehad met inachtneming van zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, zoals deze bestond bij de aanvang van zijn verzekering.
2. Indien op de uitkeringsgerechtigde het bepaalde in de tweede volzin van artikel 18, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringvan toepassing is, wordt in het voorgaande lid in plaats van de woorden ‘de aanvang van zijn verzekering’ gelezen ‘het tijdstip, waarop de bij de aanvang van zijn verzekering aanwezige arbeidsongeschiktheid is afgenomen’.
a. het beroep, dat hij gewoonlijk uitoefende: het beroep dat hij na de aanvang van zijn verzekering gewoonlijk uitoefende;
b. de beroepen, die hij gewoonlijk uitoefende: de beroepen, die hij na de aanvang van zijn verzekering gewoonlijk uitoefende;
c. zijn normale loon: het loon dat voor hem, gezien zijn bij de aanvang der verzekering aanwezige gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, normaal was in het beroep, dat hij na de aanvang van zijn verzekering gewoonlijk uitoefende;
d. het hogere loon, bedoeld in artikel 11, eerste lid: het hogere loon, waarop hij aanspraak zou hebben gehad met inachtneming van zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, zoals deze bestond bij de aanvang van zijn verzekering.
2. Indien op de uitkeringsgerechtigde het bepaalde in de tweede volzin van artikel 18, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringvan toepassing is, wordt in het voorgaande lid in plaats van de woorden ‘de aanvang van zijn verzekering’ gelezen ‘het tijdstip, waarop de bij de aanvang van zijn verzekering aanwezige arbeidsongeschiktheid is afgenomen’.