BWBR0002576
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 16
Dagloonregelen W.A.O.
1. Bij hernieuwde vaststelling van een dagloon, als bedoeld in artikel 40 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, is het bepaalde in de vorige artikelen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat:
a. in artikel 3, in artikel 4, tweede lid, in artikel 7, eerste lid, in artikel 9, eerste lid, in artikel 10, eerste lid in artikel 12, onderdeel a, en in artikel 15a, eerste lid, in plaats van de woorden ‘het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid’ wordt gelezen ‘het intreden van de toeneming van zijn arbeidsongeschiktheid’;
b. in artikel 4, eerste lid, in plaats van de woorden ‘als de uitkeringsgerechtigde niet arbeidsongeschikt was geworden’ wordt gelezen ‘als de arbeidsongeschiktheid van de uitkeringsgerechtigde niet was toegenomen’;
c. in artikel 4, vierde lid, in plaats van de woorden ‘als hij niet arbeidsongeschikt was geworden’ wordt gelezen ‘als zijn arbeidsongeschiktheid niet was toegenomen’;
d. in artikel 4, vierde lid, in de artikelen 5 en 8 en in artikel 11, eerste en tweede lid, in plaats van de woorden ‘de dag van ingang van de arbeidsongeschiktheidsuitkering’ wordt gelezen ‘de dag met ingang waarvan op grond van het bepaalde in artikel 40 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering hernieuwde vaststelling van een dagloon plaatsvindt’;
e. in artikel 6, tweede lid, eerste volzin, in plaats van de woorden ‘het intreden van de arbeidsongeschiktheid’ wordt gelezen ‘het intreden van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid’;
f. in artikel 6, tweede lid, tweede volzin, in plaats van het woord ‘arbeidsongeschikt’ wordt gelezen ‘in toenemende mate arbeidsongeschikt’;
g. in artikel 15a, tweede lid, in plaats van de woorden ‘zou zijn ingetreden’ wordt gelezen: zou zijn toegenomen.
2. Bij hernieuwde vaststelling van een dagloon, wordt het bedrag dat overeenkomstig het voorgaande lid is berekend, verhoogd met een percentage van het dagloon, dat op de dag voor de toename van de arbeidsongeschiktheid gold.
3. Het percentage, bedoeld in het voorgaande lid, bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van:
15–25% 20;
25–35% 30;
35–45% 40;
45–55% 50;
55–65% 60;
65–80% 72½.
a. in artikel 3, in artikel 4, tweede lid, in artikel 7, eerste lid, in artikel 9, eerste lid, in artikel 10, eerste lid in artikel 12, onderdeel a, en in artikel 15a, eerste lid, in plaats van de woorden ‘het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid’ wordt gelezen ‘het intreden van de toeneming van zijn arbeidsongeschiktheid’;
b. in artikel 4, eerste lid, in plaats van de woorden ‘als de uitkeringsgerechtigde niet arbeidsongeschikt was geworden’ wordt gelezen ‘als de arbeidsongeschiktheid van de uitkeringsgerechtigde niet was toegenomen’;
c. in artikel 4, vierde lid, in plaats van de woorden ‘als hij niet arbeidsongeschikt was geworden’ wordt gelezen ‘als zijn arbeidsongeschiktheid niet was toegenomen’;
d. in artikel 4, vierde lid, in de artikelen 5 en 8 en in artikel 11, eerste en tweede lid, in plaats van de woorden ‘de dag van ingang van de arbeidsongeschiktheidsuitkering’ wordt gelezen ‘de dag met ingang waarvan op grond van het bepaalde in artikel 40 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering hernieuwde vaststelling van een dagloon plaatsvindt’;
e. in artikel 6, tweede lid, eerste volzin, in plaats van de woorden ‘het intreden van de arbeidsongeschiktheid’ wordt gelezen ‘het intreden van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid’;
f. in artikel 6, tweede lid, tweede volzin, in plaats van het woord ‘arbeidsongeschikt’ wordt gelezen ‘in toenemende mate arbeidsongeschikt’;
g. in artikel 15a, tweede lid, in plaats van de woorden ‘zou zijn ingetreden’ wordt gelezen: zou zijn toegenomen.
2. Bij hernieuwde vaststelling van een dagloon, wordt het bedrag dat overeenkomstig het voorgaande lid is berekend, verhoogd met een percentage van het dagloon, dat op de dag voor de toename van de arbeidsongeschiktheid gold.
3. Het percentage, bedoeld in het voorgaande lid, bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van:
15–25% 20;
25–35% 30;
35–45% 40;
45–55% 50;
55–65% 60;
65–80% 72½.