BWBR0002271
Geldig vanaf 1958-02-19
Artikel 8
Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie
1. Het toezicht op de naleving wordt uitgeoefend onder leiding van een door Onze Minister voor elk district aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie (Districtshoofd), onder wiens bevelen de andere ambtenaren van het district werkzaam zijn.
Het toezicht op de naleving in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt uitgeoefend onder leiding van een door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie (Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten) onder wiens bevelen de andere ambtenaren aldaar werkzaam zijn.
2. Bij ontstentenis van het Districtshoofd wordt deze door een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie aangewezen ambtenaar vervangen. Bij ontstentenis van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt deze vervangen door een door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten aangewezen ambtenaar.
3. Het districtshoofd en het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten verrichten hun taak onder de bevelen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
4. De bemoeiingen van het Districtshoofd en van de aan hem toegevoegde ambtenaren van de Scheepvaartinspectie strekken zich uit over alle schepen, welke in het district, waarin zij geplaatst zijn, thuisbehoren, dan wel zich aldaar bevinden. De bemoeiingen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten en van de aan hem toegevoegde ambtenaren van de Scheepvaartinspectie strekken zich uit over alle schepen die zijn voorzien van een zeebrief van de Nederlandse Antillen en over alle schepen die zich in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten bevinden.
Het toezicht op de naleving in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt uitgeoefend onder leiding van een door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten aangewezen ambtenaar van de Scheepvaartinspectie (Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten) onder wiens bevelen de andere ambtenaren aldaar werkzaam zijn.
2. Bij ontstentenis van het Districtshoofd wordt deze door een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie aangewezen ambtenaar vervangen. Bij ontstentenis van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt deze vervangen door een door of vanwege de Gouverneur van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten aangewezen ambtenaar.
3. Het districtshoofd en het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten verrichten hun taak onder de bevelen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
4. De bemoeiingen van het Districtshoofd en van de aan hem toegevoegde ambtenaren van de Scheepvaartinspectie strekken zich uit over alle schepen, welke in het district, waarin zij geplaatst zijn, thuisbehoren, dan wel zich aldaar bevinden. De bemoeiingen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten en van de aan hem toegevoegde ambtenaren van de Scheepvaartinspectie strekken zich uit over alle schepen die zijn voorzien van een zeebrief van de Nederlandse Antillen en over alle schepen die zich in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten bevinden.