BWBR0002271
Geldig vanaf 1958-02-19
Artikel 13
Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie
1. De Districtshoofden en het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten zien toe op de nauwgezette plichtsbetrachting van de onder hun bevelen gestelde ambtenaren.
2. Hiertoe begeven zij zich ook aan boord van de schepen, op de werven en in de dokken waar zich onder toezicht staande schepen bevinden.
3. Door tussenkomst van de onder hun bevelen gestelde ambtenaren en door andere doeltreffende middelen zorgen zij steeds op de hoogte te blijven van de toestand van de schepen, waarover hun bemoeiingen zich uitstrekken.
4. Indien een schip uit hun district naar een ander wordt overgebracht, dan wel het toezicht op de naleving op bepaalde schepen wordt opgedragen aan het Hoofd van een ander district, worden de van deze schepen beschikbare gegevens aan dit Districtshoofd overgedragen, waarbij op bijzonderheden wordt gewezen. Het bepaalde in dit lid is van overeenkomstige toepassing voor gevallen waarbij het toezicht op de naleving van een schip uit een der districten wordt opgedragen aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten onderscheidenlijk het toezicht op de naleving van een schip voorzien van een zeebrief van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt opgedragen aan een der Districtshoofden in Nederland.
2. Hiertoe begeven zij zich ook aan boord van de schepen, op de werven en in de dokken waar zich onder toezicht staande schepen bevinden.
3. Door tussenkomst van de onder hun bevelen gestelde ambtenaren en door andere doeltreffende middelen zorgen zij steeds op de hoogte te blijven van de toestand van de schepen, waarover hun bemoeiingen zich uitstrekken.
4. Indien een schip uit hun district naar een ander wordt overgebracht, dan wel het toezicht op de naleving op bepaalde schepen wordt opgedragen aan het Hoofd van een ander district, worden de van deze schepen beschikbare gegevens aan dit Districtshoofd overgedragen, waarbij op bijzonderheden wordt gewezen. Het bepaalde in dit lid is van overeenkomstige toepassing voor gevallen waarbij het toezicht op de naleving van een schip uit een der districten wordt opgedragen aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten onderscheidenlijk het toezicht op de naleving van een schip voorzien van een zeebrief van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt opgedragen aan een der Districtshoofden in Nederland.