BWBR0002271
Geldig vanaf 1958-02-19
Artikel 11
Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie
1. Bemerkt een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie of een ambtenaar van een andere diensttak, die ter beschikking van de dienst der Scheepvaartinspectie is gesteld, dat aan een of meer voorschriften niet is voldaan, dan maakt hij de kapitein hierop opmerkzaam.
2. Blijkt hem uit het ontvangen antwoord, dat het voornemen niet bestaat, aan de opmerking gevolg te geven, is de tijd van vertrek van het schip zo na op handen, dat wellicht de tijd hiervoor zal ontbreken of ziet hij bij een nader bezoek, dat er nog geen gevolg aan gegeven is, dan handelt hij onverwijld overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de Schepenwet.
2. Blijkt hem uit het ontvangen antwoord, dat het voornemen niet bestaat, aan de opmerking gevolg te geven, is de tijd van vertrek van het schip zo na op handen, dat wellicht de tijd hiervoor zal ontbreken of ziet hij bij een nader bezoek, dat er nog geen gevolg aan gegeven is, dan handelt hij onverwijld overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de Schepenwet.