BWBR0002271
Geldig vanaf 1958-02-19
Artikel 16
Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie
1. Wanneer een Districtshoofd dan wel het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten van oordeel is dat gevaarlijke stoffen op ongeoorloofde wijze zijn geladen of de stabiliteit van het schip gevaar loopt door ondoelmatige belading, kan hij de lading geheel of gedeeltelijk doen lossen dan wel, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, een stabiliteitsproef doen nemen. Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie die werkzaam is onder de bevelen van een Districtshoofd dan wel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, zal deze maatregel slechts kunnen nemen na machtiging van zijn onmiddellijke chef.
2. Tot het nemen van een stabiliteitsproef, hetzij met het ledige, hetzij met het geladen schip, zal intussen niet worden overgegaan voordat de Scheepsbouwkundig Adviseur of diens vervanger is geraadpleegd.
3. In de in het eerste lid bedoelde gevallen, zomede in het geval bedoeld in artikel 14, wordt onverwijld mededeling gedaan aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Hierbij wordt tevens vermeld of van de zijde van de eigenaar of van de kapitein tegen de lastgeving bezwaar is gemaakt. De werking van de lastgeving wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar of beroep is ingesteld, op het bezwaar onderscheidenlijk beroep is beslist.
4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid en de laatste zin van het derde lid van dit artikel, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten nalaten de Scheepsbouwkundig Adviseur te raadplegen, onderscheidenlijk een beslissing van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie af te wachten, indien daardoor naar zijn mening ongewenst oponthoud zou ontstaan.
2. Tot het nemen van een stabiliteitsproef, hetzij met het ledige, hetzij met het geladen schip, zal intussen niet worden overgegaan voordat de Scheepsbouwkundig Adviseur of diens vervanger is geraadpleegd.
3. In de in het eerste lid bedoelde gevallen, zomede in het geval bedoeld in artikel 14, wordt onverwijld mededeling gedaan aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Hierbij wordt tevens vermeld of van de zijde van de eigenaar of van de kapitein tegen de lastgeving bezwaar is gemaakt. De werking van de lastgeving wordt opgeschort totdat de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken of, indien bezwaar of beroep is ingesteld, op het bezwaar onderscheidenlijk beroep is beslist.
4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid en de laatste zin van het derde lid van dit artikel, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten nalaten de Scheepsbouwkundig Adviseur te raadplegen, onderscheidenlijk een beslissing van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie af te wachten, indien daardoor naar zijn mening ongewenst oponthoud zou ontstaan.