BWBR0002271
Geldig vanaf 1958-02-19
Artikel 20
Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie
1. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie behoeft voor elke afwezigheid van zijn standplaats, welke niet met de dienst in verband staat en langer dan twee weken duurt, verlof van Onze Minister.
2. Verlof tot afwezigheid van de overige ambtenaren van de Scheepvaartinspectie zal worden verleend door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie overeenkomstig de hiervoor bestaande algemene voorschriften voor personen in dienst van het Rijk.
3. Bij afwezigheid wordt het Hoofd van de Scheepvaartinspectie vervangen door een, door hem aangewezen, ambtenaar van de Scheepvaartinspectie.
2. Verlof tot afwezigheid van de overige ambtenaren van de Scheepvaartinspectie zal worden verleend door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie overeenkomstig de hiervoor bestaande algemene voorschriften voor personen in dienst van het Rijk.
3. Bij afwezigheid wordt het Hoofd van de Scheepvaartinspectie vervangen door een, door hem aangewezen, ambtenaar van de Scheepvaartinspectie.