BWBR0002271
Geldig vanaf 1958-02-19
Artikel 6
Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie
1. Behoudens het bepaalde op grond van voor Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldende rechtsregels en voor die ambtenaren geldende collectieve arbeidsovereenkomst mogen de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, tenzij met bijzondere vergunning van Onze Minister, geen particuliere betrekking waarnemen, onder welke benaming of van welke aard ook, en geen opdracht aanvaarden tot het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van derden.
2. De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de ambtenaren van andere diensttakken, die ter beschikking van de dienst der Scheepvaartinspectie zijn gesteld, mogen rechtstreeks noch middellijk deelnemen aan scheepvaart- of aanverwante ondernemingen.
2. De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie en de ambtenaren van andere diensttakken, die ter beschikking van de dienst der Scheepvaartinspectie zijn gesteld, mogen rechtstreeks noch middellijk deelnemen aan scheepvaart- of aanverwante ondernemingen.