BWBR0053110
Geldig vanaf 17-09-2026
Artikel 7
Tijdelijke subsidieregeling Stimulering Duurzame Luchtvaartbrandstoffen
1. Onverminderd de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een subsidieaanvraag afgewezen indien:
a. er onvoldoende vertrouwen is in de kwaliteit van het voorbereidings- of realisatieproject, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, de deelnemende partijen of de mate waarin de beschikbare middelen effectief en efficiënt worden ingezet;
b. het voorbereidings- of realisatieproject gebruik maakt van de technologieroute HEFA;
c. de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is, overeenkomstig de definitie in de Richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun;
d. de aanvrager is reeds gestart met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, of vóór indiening van de aanvraag onomkeerbare juridische verplichtingen aangegaan voor de uitvoering van deze activiteiten;
e. het plan dat betrekking heeft op de wijze waarop de kennisverspreiding plaatsvindt, van onvoldoende kwaliteit is;
f. er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder Commissiebesluit waarbij de steun onrechtmatig en met de interne markt onverenigbaar is verklaard.
2. Onverminderd het eerste lid, wordt een subsidieaanvraag voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, afgewezen indien:
a. het aangevraagde subsidiebedrag lager is dan of gelijk is aan € 4.000.000;
b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in de CEEAG;
c. de aanvraag voor het voorbereidingsproject niet voldoet aan de in CEEAG gestelde voorwaarden.
3. Onverminderd het eerste lid, wordt een subsidieaanvraag voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, afgewezen indien:
a. er sprake is van een pilotproject;
b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in de CISAF;
c. de aanvraag voor het realisatieproject niet voldoet aan de in CISAF gestelde voorwaarden.
a. er onvoldoende vertrouwen is in de kwaliteit van het voorbereidings- of realisatieproject, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, de deelnemende partijen of de mate waarin de beschikbare middelen effectief en efficiënt worden ingezet;
b. het voorbereidings- of realisatieproject gebruik maakt van de technologieroute HEFA;
c. de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is, overeenkomstig de definitie in de Richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun;
d. de aanvrager is reeds gestart met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, of vóór indiening van de aanvraag onomkeerbare juridische verplichtingen aangegaan voor de uitvoering van deze activiteiten;
e. het plan dat betrekking heeft op de wijze waarop de kennisverspreiding plaatsvindt, van onvoldoende kwaliteit is;
f. er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder Commissiebesluit waarbij de steun onrechtmatig en met de interne markt onverenigbaar is verklaard.
2. Onverminderd het eerste lid, wordt een subsidieaanvraag voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, afgewezen indien:
a. het aangevraagde subsidiebedrag lager is dan of gelijk is aan € 4.000.000;
b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in de CEEAG;
c. de aanvraag voor het voorbereidingsproject niet voldoet aan de in CEEAG gestelde voorwaarden.
3. Onverminderd het eerste lid, wordt een subsidieaanvraag voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, afgewezen indien:
a. er sprake is van een pilotproject;
b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in de CISAF;
c. de aanvraag voor het realisatieproject niet voldoet aan de in CISAF gestelde voorwaarden.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053110
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl