BWBR0053110
Geldig vanaf 17-09-2026
Artikel 8
Tijdelijke subsidieregeling Stimulering Duurzame Luchtvaartbrandstoffen
1. De subsidieontvanger die op het tijdstip van de verlening van de subsidie geen vaste vestigingsplaats of dochteronderneming in Nederland heeft, draagt er zorg voor dat hij voor de eerste voorschotbetaling een vaste vestigingsplaats of dochteronderneming in Nederland heeft.
2. De subsidieontvanger is verplicht binnen zes maanden na de subsidieverlening met de uitvoering van het project te starten.
3. De subsidieontvanger is verplicht vanaf het moment van subsidieverlening elk jaar een voortgangsrapportage in te dienen. Aanvullend hierop is de subsidieontvanger verplicht vanaf het moment van subsidieverlening aan het einde van elk kwartaal een actualisatie van de financiën en de planning in te dienen.
4. De subsidieontvanger is verplicht op verzoek van de minister nadere toelichting te geven op de voortgangsrapportages indien daar naar het oordeel van de minister aanleiding toe is.
5. Een voorbereidingsproject wordt binnen twee jaar (24 maanden) na de start van het project afgerond. De minister kan deze termijn op aanvraag van de subsidieontvanger verlengen.
6. Een realisatieproject voor de productie van geavanceerde bioSAF wordt binnen vier jaar (48 maanden) na de start van het project voltooid en gebruiksklaar gemaakt.
7. Voor een realisatieproject, bedoeld in het zesde lid, geldt dat indien de eerste projectmijlpaal zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening, niet binnen tweemaal de daarvoor in de beschikking vastgestelde termijn wordt behaald, kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk intrekken.
8. Indien een realisatieproject, bedoeld in het zesde lid, niet binnen de in het zesde lid genoemde termijn wordt voltooid, wordt het subsidiebedrag, op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten, bij de vaststelling verlaagd overeenkomstig de volgende percentages van het vast te stellen subsidiebedrag:
a. 1% bij vertraging tot en met 6 maanden;
b. 5% bij vertraging van langer dan 6, en tot en met 12 maanden;
c. 10% bij vertraging van langer dan 12, en tot en met 24 maanden;
d. 20% bij vertraging van langer dan 24, en tot en met 36 maanden;
e. 25% bij vertraging van langer dan 36 maanden.
9. Het zevende en achtste lid zijn niet van toepassing wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden die buiten de controle liggen van de aanvrager en waarvan de gevolgen ondanks alle voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden.
10. De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan controles die kunnen worden uitgevoerd door de RVO, waaronder administratieve controles, inhoudelijke beoordelingen en controles ter plaatse.
2. De subsidieontvanger is verplicht binnen zes maanden na de subsidieverlening met de uitvoering van het project te starten.
3. De subsidieontvanger is verplicht vanaf het moment van subsidieverlening elk jaar een voortgangsrapportage in te dienen. Aanvullend hierop is de subsidieontvanger verplicht vanaf het moment van subsidieverlening aan het einde van elk kwartaal een actualisatie van de financiën en de planning in te dienen.
4. De subsidieontvanger is verplicht op verzoek van de minister nadere toelichting te geven op de voortgangsrapportages indien daar naar het oordeel van de minister aanleiding toe is.
5. Een voorbereidingsproject wordt binnen twee jaar (24 maanden) na de start van het project afgerond. De minister kan deze termijn op aanvraag van de subsidieontvanger verlengen.
6. Een realisatieproject voor de productie van geavanceerde bioSAF wordt binnen vier jaar (48 maanden) na de start van het project voltooid en gebruiksklaar gemaakt.
7. Voor een realisatieproject, bedoeld in het zesde lid, geldt dat indien de eerste projectmijlpaal zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening, niet binnen tweemaal de daarvoor in de beschikking vastgestelde termijn wordt behaald, kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk intrekken.
8. Indien een realisatieproject, bedoeld in het zesde lid, niet binnen de in het zesde lid genoemde termijn wordt voltooid, wordt het subsidiebedrag, op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten, bij de vaststelling verlaagd overeenkomstig de volgende percentages van het vast te stellen subsidiebedrag:
a. 1% bij vertraging tot en met 6 maanden;
b. 5% bij vertraging van langer dan 6, en tot en met 12 maanden;
c. 10% bij vertraging van langer dan 12, en tot en met 24 maanden;
d. 20% bij vertraging van langer dan 24, en tot en met 36 maanden;
e. 25% bij vertraging van langer dan 36 maanden.
9. Het zevende en achtste lid zijn niet van toepassing wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden die buiten de controle liggen van de aanvrager en waarvan de gevolgen ondanks alle voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden.
10. De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan controles die kunnen worden uitgevoerd door de RVO, waaronder administratieve controles, inhoudelijke beoordelingen en controles ter plaatse.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053110
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl