BWBR0053110
Geldig vanaf 17-09-2026
Artikel 13
Tijdelijke subsidieregeling Stimulering Duurzame Luchtvaartbrandstoffen
1. Onverminderd artikel 24, vierde lid, van het Kaderbesluit worden bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in elk geval de volgende gegevens verstrekt:
a. een controleverklaring van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat met de aanvraag wordt voldaan aan de voorschriften bedoeld in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht;
b. de wijze waarop het voorbereidings- of realisatieproject heeft bijgedragen aan het doel bedoeld in artikel 2;
c. een openbaar verslag, dat naar het oordeel van de minister van voldoende kwaliteit is, met daarin niet-bedrijfsgevoelige resultaten die met het voorbereidings- of met het realisatieproject worden opgedaan;
d. in aanvulling op artikel 24, derde lid, van het Kaderbesluit, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, een beschrijving van hoe de FEED-resultaten de technische en economische basis vormen voor eventuele vervolginvesteringen; en
e. in aanvulling op artikel 24, derde lid, van het Kaderbesluit, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, een beschrijving, inclusief ondersteunend bewijsmateriaal, waaruit minimaal is op te maken dat de productiefaciliteit succesvol in bedrijf is genomen, inclusief datum van ingebruikname, en werkt volgens de in de aanvraag genoemde specificaties met betrekking tot de totale beoogde productiehoeveelheden.
2. In de beschikking tot subsidievaststelling stelt de minister de subsidie vast op basis van de gegevens die bij de aanvraag tot subsidievaststelling zijn ingediend.
a. een controleverklaring van een accountant of accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat met de aanvraag wordt voldaan aan de voorschriften bedoeld in artikel 4:45 van de Algemene wet bestuursrecht;
b. de wijze waarop het voorbereidings- of realisatieproject heeft bijgedragen aan het doel bedoeld in artikel 2;
c. een openbaar verslag, dat naar het oordeel van de minister van voldoende kwaliteit is, met daarin niet-bedrijfsgevoelige resultaten die met het voorbereidings- of met het realisatieproject worden opgedaan;
d. in aanvulling op artikel 24, derde lid, van het Kaderbesluit, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, een beschrijving van hoe de FEED-resultaten de technische en economische basis vormen voor eventuele vervolginvesteringen; en
e. in aanvulling op artikel 24, derde lid, van het Kaderbesluit, voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, een beschrijving, inclusief ondersteunend bewijsmateriaal, waaruit minimaal is op te maken dat de productiefaciliteit succesvol in bedrijf is genomen, inclusief datum van ingebruikname, en werkt volgens de in de aanvraag genoemde specificaties met betrekking tot de totale beoogde productiehoeveelheden.
2. In de beschikking tot subsidievaststelling stelt de minister de subsidie vast op basis van de gegevens die bij de aanvraag tot subsidievaststelling zijn ingediend.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053110
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl