BWBR0053110
Geldig vanaf 17-09-2026
Artikel 3
Tijdelijke subsidieregeling Stimulering Duurzame Luchtvaartbrandstoffen
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een SAF-projectontwikkelaar voor een voorbereidings- of realisatieproject dat bijdraagt aan de realisatie van een SAF-productiefaciliteit in Nederland. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor voorbereidings- of realisatieprojecten die betrekking hebben op één van de volgende typen SAF:
a. e-SAF; of
b. geavanceerde bioSAF.
2. De subsidie heeft slechts betrekking op een van beide typen SAF zoals beschreven in het eerste lid, waarbij het type SAF dat 51% of meer van het gehele verwachte SAF-productievolume van de productiefaciliteit omvat, bepalend is voor de vaststelling van het type SAF waarop de subsidie betrekking heeft.
3. Voor de in het eerste lid bedoelde typen SAF kan subsidie worden verstrekt voor de volgende activiteiten:
a. een voorbereidingsproject, in overeenstemming met titel 4.13 van de CEEAG: i. het uitvoeren van voorbereidende studies die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van een investeringsbeslissing met betrekking tot een productiefaciliteit voor geavanceerde bioSAF of e-SAF, in hoofdzaak ‘front-end engineering and design’ (FEED) studies;
i. het uitvoeren van voorbereidende studies die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van een investeringsbeslissing met betrekking tot een productiefaciliteit voor geavanceerde bioSAF of e-SAF, in hoofdzaak ‘front-end engineering and design’ (FEED) studies;
b. een realisatieproject, in overeenstemming met titel 4.1 van de CISAF: i. de realisatie van een productiefaciliteit voor de productie van geavanceerde bioSAF of e-SAF voor de luchtvaart, voor zover dit geen betrekking heeft op de realisatie van een elektrolyse installatie voor waterstofproductie;
ii. de uitbreiding, conversie of aanpassing van een bestaande industriële productiefaciliteit ten behoeve van de productie van bioSAF of e-SAF, voor zover dit geen betrekking heeft op de uitbreiding, conversie of aanpassing van een elektrolyse installatie voor waterstofproductie;
iii. de aanleg, installatie of integratie van procesinstallaties, technische systemen en ondersteunende infrastructuur die noodzakelijk zijn voor de productie van bioSAF of e-SAF, met inbegrip van engineeringactiviteiten die rechtstreeks verband houden met de realisatie van de productiefaciliteit, met uitzondering van het uitvoeren van een FEED-studie; of
iv. activiteiten die noodzakelijk zijn voor het testen, in bedrijf stellen en operationeel maken van de productiefaciliteit.
i. de realisatie van een productiefaciliteit voor de productie van geavanceerde bioSAF of e-SAF voor de luchtvaart, voor zover dit geen betrekking heeft op de realisatie van een elektrolyse installatie voor waterstofproductie;
ii. de uitbreiding, conversie of aanpassing van een bestaande industriële productiefaciliteit ten behoeve van de productie van bioSAF of e-SAF, voor zover dit geen betrekking heeft op de uitbreiding, conversie of aanpassing van een elektrolyse installatie voor waterstofproductie;
iii. de aanleg, installatie of integratie van procesinstallaties, technische systemen en ondersteunende infrastructuur die noodzakelijk zijn voor de productie van bioSAF of e-SAF, met inbegrip van engineeringactiviteiten die rechtstreeks verband houden met de realisatie van de productiefaciliteit, met uitzondering van het uitvoeren van een FEED-studie; of
iv. activiteiten die noodzakelijk zijn voor het testen, in bedrijf stellen en operationeel maken van de productiefaciliteit.
4. Voor subsidie komen de gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten bedoeld in het derde lid. Voor loonkosten geldt een forfaitair uurtarief van 80 euro, in overeenstemming met artikel 7, tweede lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit.
5. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. projectkosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de subsidieaanvraag;
b. onderzoeken en adviesdiensten die een doorlopende of terugkerende activiteit van de aanvrager vormen, of die verband houden met de reguliere bedrijfskosten van de aanvrager, waaronder: i. het voorbereiden van vergunningsaanvragen;
ii. het selecteren van leveranciers en licentiegevers; of
iii. activiteiten die uitsluitend zijn gericht op de interne besluitvorming van de aanvrager over de vraag of het project wordt gerealiseerd.
i. het voorbereiden van vergunningsaanvragen;
ii. het selecteren van leveranciers en licentiegevers; of
iii. activiteiten die uitsluitend zijn gericht op de interne besluitvorming van de aanvrager over de vraag of het project wordt gerealiseerd.
6. Per openstellingsronde wordt per aanvrager voor een voorbereidings- of realisatieproject één beschikking tot subsidieverlening afgegeven, respectievelijk voor activiteiten als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, of voor activiteiten als bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
a. e-SAF; of
b. geavanceerde bioSAF.
2. De subsidie heeft slechts betrekking op een van beide typen SAF zoals beschreven in het eerste lid, waarbij het type SAF dat 51% of meer van het gehele verwachte SAF-productievolume van de productiefaciliteit omvat, bepalend is voor de vaststelling van het type SAF waarop de subsidie betrekking heeft.
3. Voor de in het eerste lid bedoelde typen SAF kan subsidie worden verstrekt voor de volgende activiteiten:
a. een voorbereidingsproject, in overeenstemming met titel 4.13 van de CEEAG: i. het uitvoeren van voorbereidende studies die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van een investeringsbeslissing met betrekking tot een productiefaciliteit voor geavanceerde bioSAF of e-SAF, in hoofdzaak ‘front-end engineering and design’ (FEED) studies;
i. het uitvoeren van voorbereidende studies die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van een investeringsbeslissing met betrekking tot een productiefaciliteit voor geavanceerde bioSAF of e-SAF, in hoofdzaak ‘front-end engineering and design’ (FEED) studies;
b. een realisatieproject, in overeenstemming met titel 4.1 van de CISAF: i. de realisatie van een productiefaciliteit voor de productie van geavanceerde bioSAF of e-SAF voor de luchtvaart, voor zover dit geen betrekking heeft op de realisatie van een elektrolyse installatie voor waterstofproductie;
ii. de uitbreiding, conversie of aanpassing van een bestaande industriële productiefaciliteit ten behoeve van de productie van bioSAF of e-SAF, voor zover dit geen betrekking heeft op de uitbreiding, conversie of aanpassing van een elektrolyse installatie voor waterstofproductie;
iii. de aanleg, installatie of integratie van procesinstallaties, technische systemen en ondersteunende infrastructuur die noodzakelijk zijn voor de productie van bioSAF of e-SAF, met inbegrip van engineeringactiviteiten die rechtstreeks verband houden met de realisatie van de productiefaciliteit, met uitzondering van het uitvoeren van een FEED-studie; of
iv. activiteiten die noodzakelijk zijn voor het testen, in bedrijf stellen en operationeel maken van de productiefaciliteit.
i. de realisatie van een productiefaciliteit voor de productie van geavanceerde bioSAF of e-SAF voor de luchtvaart, voor zover dit geen betrekking heeft op de realisatie van een elektrolyse installatie voor waterstofproductie;
ii. de uitbreiding, conversie of aanpassing van een bestaande industriële productiefaciliteit ten behoeve van de productie van bioSAF of e-SAF, voor zover dit geen betrekking heeft op de uitbreiding, conversie of aanpassing van een elektrolyse installatie voor waterstofproductie;
iii. de aanleg, installatie of integratie van procesinstallaties, technische systemen en ondersteunende infrastructuur die noodzakelijk zijn voor de productie van bioSAF of e-SAF, met inbegrip van engineeringactiviteiten die rechtstreeks verband houden met de realisatie van de productiefaciliteit, met uitzondering van het uitvoeren van een FEED-studie; of
iv. activiteiten die noodzakelijk zijn voor het testen, in bedrijf stellen en operationeel maken van de productiefaciliteit.
4. Voor subsidie komen de gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten bedoeld in het derde lid. Voor loonkosten geldt een forfaitair uurtarief van 80 euro, in overeenstemming met artikel 7, tweede lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit.
5. Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. projectkosten die zijn gemaakt vóór de indiening van de subsidieaanvraag;
b. onderzoeken en adviesdiensten die een doorlopende of terugkerende activiteit van de aanvrager vormen, of die verband houden met de reguliere bedrijfskosten van de aanvrager, waaronder: i. het voorbereiden van vergunningsaanvragen;
ii. het selecteren van leveranciers en licentiegevers; of
iii. activiteiten die uitsluitend zijn gericht op de interne besluitvorming van de aanvrager over de vraag of het project wordt gerealiseerd.
i. het voorbereiden van vergunningsaanvragen;
ii. het selecteren van leveranciers en licentiegevers; of
iii. activiteiten die uitsluitend zijn gericht op de interne besluitvorming van de aanvrager over de vraag of het project wordt gerealiseerd.
6. Per openstellingsronde wordt per aanvrager voor een voorbereidings- of realisatieproject één beschikking tot subsidieverlening afgegeven, respectievelijk voor activiteiten als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, of voor activiteiten als bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053110
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl