BWBR0052335
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 9
Statuten Mondriaan Fonds 2026
1. Aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht -welke goedkeuring behoudens in zeer spoedeisende gevallen vooraf dient te geschieden- zijn, onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, onderworpen de navolgende besluiten van de directie:
a. het verkrijgen, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of in genot verkrijgen en geven van registergoederen;
b. het ter leen verstrekken van gelden met uitzondering van dat wat tot het ondersteuningsbeleid behoort;
c. het ter leen opnemen van gelden waaronder begrepen het aanvragen van een bankkrediet;
d. de duurzame rechtstreekse of middellijke samenwerking met andere rechtspersonen, alsmede verbreking van een zodanige samenwerking, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is, zulks ter beoordeling van de Raad van Toezicht;
e. de aanvraag van faillissement en van surseance van betaling van de stichting;
f. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal (minimaal vijf) werknemers tegelijkertijd of binnen een tijdsbestek van zes maanden;
g. het vaststellen van de hoofdlijnen van het arbeidsvoorwaardenbeleid;
h. een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal (minimaal vijf) werknemers;
i. het aanvaarden van schenkingen, legaten of het in beheer nemen van collecties van derden, wanneer aan deze schenkingen, legaten of in beheergevingen substantiële (organisatorische en/of financiële) voorwaarden zijn verbonden;
j. het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;
k. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten waarbij een beloning wordt toegekend boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
l. het treffen van pensioenregelingen en het toekennen van pensioenrechten boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
m. besluiten waarvan de Raad van Toezicht de directie schriftelijk heeft medegedeeld dat deze goedkeuring behoeven;
n. de strategie van de stichting die moet leiden tot realisatie van de statutaire doelstellingen;
o. de financiering van de strategie van de stichting.
2. De Raad van Toezicht kan bepalen dat een in artikel 9.1 bedoeld besluit (met uitzondering van het bepaalde onder a.) niet aan zijn goedkeuring is onderworpen, indien het daarmee gemoeide belang een door de Raad van Toezicht te bepalen en schriftelijk aan de directie op te geven waarde niet te boven gaat. Evenmin is een besluit aan de goedkeuring onderworpen wanneer dit voortvloeit uit een van de goedgekeurde plannen bedoeld in artikel 6.5.
3. Het ontbreken van goedkeuring van de Raad van Toezicht tast, evenwel met uitzondering van het bepaalde onder a., de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de directie of de directieleden niet aan (en kan niet aan derden worden tegengeworpen).
a. het verkrijgen, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of in genot verkrijgen en geven van registergoederen;
b. het ter leen verstrekken van gelden met uitzondering van dat wat tot het ondersteuningsbeleid behoort;
c. het ter leen opnemen van gelden waaronder begrepen het aanvragen van een bankkrediet;
d. de duurzame rechtstreekse of middellijke samenwerking met andere rechtspersonen, alsmede verbreking van een zodanige samenwerking, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is, zulks ter beoordeling van de Raad van Toezicht;
e. de aanvraag van faillissement en van surseance van betaling van de stichting;
f. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal (minimaal vijf) werknemers tegelijkertijd of binnen een tijdsbestek van zes maanden;
g. het vaststellen van de hoofdlijnen van het arbeidsvoorwaardenbeleid;
h. een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal (minimaal vijf) werknemers;
i. het aanvaarden van schenkingen, legaten of het in beheer nemen van collecties van derden, wanneer aan deze schenkingen, legaten of in beheergevingen substantiële (organisatorische en/of financiële) voorwaarden zijn verbonden;
j. het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;
k. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten waarbij een beloning wordt toegekend boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
l. het treffen van pensioenregelingen en het toekennen van pensioenrechten boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
m. besluiten waarvan de Raad van Toezicht de directie schriftelijk heeft medegedeeld dat deze goedkeuring behoeven;
n. de strategie van de stichting die moet leiden tot realisatie van de statutaire doelstellingen;
o. de financiering van de strategie van de stichting.
2. De Raad van Toezicht kan bepalen dat een in artikel 9.1 bedoeld besluit (met uitzondering van het bepaalde onder a.) niet aan zijn goedkeuring is onderworpen, indien het daarmee gemoeide belang een door de Raad van Toezicht te bepalen en schriftelijk aan de directie op te geven waarde niet te boven gaat. Evenmin is een besluit aan de goedkeuring onderworpen wanneer dit voortvloeit uit een van de goedgekeurde plannen bedoeld in artikel 6.5.
3. Het ontbreken van goedkeuring van de Raad van Toezicht tast, evenwel met uitzondering van het bepaalde onder a., de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de directie of de directieleden niet aan (en kan niet aan derden worden tegengeworpen).
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052335
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl