BWBR0052335
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 5
Statuten Mondriaan Fonds 2026
1. De directie van de stichting bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal van ten minste één en ten hoogste drie natuurlijke personen. Een niet-voltallige directie behoudt haar bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
2. De Raad van Toezicht stelt een profielschets op voor de directie (rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid) en legt deze ter goedkeuring voor aan de minister.
3. Een directielid wordt, met inachtneming van de profielschets, op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd door de minister, voor ten hoogste vijf jaren en kan nog één maal worden herbenoemd.
4. De minister wijst bij meer dan één directielid een voorzitter van de directie aan.
5. De minister kan te allen tijde een directielid schorsen en ontslaan.
6. Het lidmaatschap van een directielid eindigt:
a. door zijn overlijden;
b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d. door zijn aftreden, al dan niet volgens het volbrengen van de vijfjaarsperiode dan wel tienjaarsperiode als in lid 3 voormeld;
e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
f. door zijn ontslag, verleend door de minister;
g. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling op het gebied van de beeldende kunst of cultureel erfgoed, voor welke benoeming door de minister geen ontheffing is verleend.
7. De Raad van Toezicht stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van een directielid vast met inachtneming van de Wet normering topinkomens, of een daarvoor in de plaats getreden regeling.
2. De Raad van Toezicht stelt een profielschets op voor de directie (rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid) en legt deze ter goedkeuring voor aan de minister.
3. Een directielid wordt, met inachtneming van de profielschets, op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd door de minister, voor ten hoogste vijf jaren en kan nog één maal worden herbenoemd.
4. De minister wijst bij meer dan één directielid een voorzitter van de directie aan.
5. De minister kan te allen tijde een directielid schorsen en ontslaan.
6. Het lidmaatschap van een directielid eindigt:
a. door zijn overlijden;
b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d. door zijn aftreden, al dan niet volgens het volbrengen van de vijfjaarsperiode dan wel tienjaarsperiode als in lid 3 voormeld;
e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
f. door zijn ontslag, verleend door de minister;
g. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling op het gebied van de beeldende kunst of cultureel erfgoed, voor welke benoeming door de minister geen ontheffing is verleend.
7. De Raad van Toezicht stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van een directielid vast met inachtneming van de Wet normering topinkomens, of een daarvoor in de plaats getreden regeling.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052335
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl