BWBR0052335
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 11
Statuten Mondriaan Fonds 2026
1. De stichting heeft een Raad van Toezicht, bestaande uit ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
2. De Raad van Toezicht stelt, in overleg met de minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de Raad van Toezicht. Deze profielschets vermeldt dat geen voormalig directielid of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting deel mag uitmaken van de Raad van Toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de Raad van Toezicht maar in ieder geval wanneer een vacature dient te worden vervuld.
3. Leden van de Raad van Toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de minister, geen directeur, bestuurder of lid van de Raad van Toezicht zijn of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de minister vast te stellen periode.
4. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht is onverenigbaar met de functie van directeur of werknemer van de stichting.
5. De minister benoemt, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, de leden van de Raad van Toezicht. De minister benoemt de voorzitter van de Raad van Toezicht in functie. De Raad van Toezicht doet aan de minister een voordracht voor een nieuw lid van de Raad van Toezicht. Leden van de Raad van Toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de minister.
6. Een lid van de Raad van Toezicht wordt benoemd voor ten hoogste vier jaren en kan nog één maal worden herbenoemd.
7. Het lidmaatschap van een lid van de Raad van Toezicht eindigt:
a. door zijn overlijden;
b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d. door schriftelijke ontslagneming (bedanken);
e. door zijn aftreden, al dan niet wegens het volbrengen van de vierjaarsperiode dan wel achtjaarsperiode als in lid 6 voormeld;
f. doordat hij werknemer wordt van de stichting;
g. door het aanvaarden van een benoeming tot directielid van de stichting;
h. bij ontslag verleend door de minister.
8. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Raad van Toezicht zijn de overblijvende leden van de Raad van Toezicht met het toezicht belast.
In het geval alle leden van de Raad van Toezicht komen te ontbreken treedt de directie zo spoedig mogelijk in overleg met de minister dien ten minste drie en ten hoogste zeven tijdelijke, dan wel, nieuwe leden van de Raad van Toezicht aanstelt.
Onder belet wordt in deze statuten verstaan de mogelijkheid dat het lid van de Raad van Toezicht gedurende een periode van meer dan één (1) maand onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken.
2. De Raad van Toezicht stelt, in overleg met de minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de Raad van Toezicht. Deze profielschets vermeldt dat geen voormalig directielid of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting deel mag uitmaken van de Raad van Toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de Raad van Toezicht maar in ieder geval wanneer een vacature dient te worden vervuld.
3. Leden van de Raad van Toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de minister, geen directeur, bestuurder of lid van de Raad van Toezicht zijn of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de minister vast te stellen periode.
4. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht is onverenigbaar met de functie van directeur of werknemer van de stichting.
5. De minister benoemt, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, de leden van de Raad van Toezicht. De minister benoemt de voorzitter van de Raad van Toezicht in functie. De Raad van Toezicht doet aan de minister een voordracht voor een nieuw lid van de Raad van Toezicht. Leden van de Raad van Toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de minister.
6. Een lid van de Raad van Toezicht wordt benoemd voor ten hoogste vier jaren en kan nog één maal worden herbenoemd.
7. Het lidmaatschap van een lid van de Raad van Toezicht eindigt:
a. door zijn overlijden;
b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
d. door schriftelijke ontslagneming (bedanken);
e. door zijn aftreden, al dan niet wegens het volbrengen van de vierjaarsperiode dan wel achtjaarsperiode als in lid 6 voormeld;
f. doordat hij werknemer wordt van de stichting;
g. door het aanvaarden van een benoeming tot directielid van de stichting;
h. bij ontslag verleend door de minister.
8. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Raad van Toezicht zijn de overblijvende leden van de Raad van Toezicht met het toezicht belast.
In het geval alle leden van de Raad van Toezicht komen te ontbreken treedt de directie zo spoedig mogelijk in overleg met de minister dien ten minste drie en ten hoogste zeven tijdelijke, dan wel, nieuwe leden van de Raad van Toezicht aanstelt.
Onder belet wordt in deze statuten verstaan de mogelijkheid dat het lid van de Raad van Toezicht gedurende een periode van meer dan één (1) maand onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052335
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl