BWBR0052335
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 8
Statuten Mondriaan Fonds 2026
1. De directie stelt een directiereglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Raad van Toezicht. Hierin regelt de directie haar besluitvorming, wanneer toestemming van de Raad van Toezicht vereist is en de werkwijze, waarin begrepen de informatievoorziening aan de Raad van Toezicht. In dat kader wordt bepaald met welke taak ieder directielid meer in het bijzonder zal zijn belast.
2. Besluiten van de directie kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen mits het betreffende voorstel aan alle in functie zijnde directieleden is voorgelegd en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde directieleden.
3. Het directielid dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de Raad van Toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.
De Raad van Toezicht besluit of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Een directielid neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien het betreffende directielid daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Wanneer hierdoor geen directiebesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht.
2. Besluiten van de directie kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen mits het betreffende voorstel aan alle in functie zijnde directieleden is voorgelegd en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde directieleden.
3. Het directielid dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de Raad van Toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.
De Raad van Toezicht besluit of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Een directielid neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien het betreffende directielid daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Wanneer hierdoor geen directiebesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052335
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl