BWBR0052335
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 14
Statuten Mondriaan Fonds 2026
1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
2. De directie is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
3. De directie is verplicht jaarlijks binnen zes maanden, of zoveel eerder als op grond van andere verplichtingen van de stichting nodig is, na afloop van het boekjaar een jaarrekening op te maken en legt deze over aan de Raad van Toezicht. Binnen deze termijn legt de directie ook een jaarverslag, de verklaring van de registeraccountant houdende bevindingen, alsmede het door de accountant opgestelde accountantsverslag, over aan de Raad van Toezicht.
4. De jaarrekening is ingericht overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de subsidieverplichtingen, gesteld door de minister.
5. In de reglementen van de directie en de Raad van Toezicht kunnen bepalingen opgenomen worden omtrent andere onderwerpen die in het jaarverslag aan de orde dienen te komen.
6. De jaarrekening wordt ondertekend door de directie en alle leden van de Raad van Toezicht. Ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
7. De Raad van Toezicht verleent aan een accountant opdracht tot onderzoek van de jaarrekening en formuleert de opdracht daartoe. Het bepaalde in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
8. Onverminderd het bij of krachtens de Archiefwet 1995 gestelde, is de directie verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
9. Onverminderd het bij of krachtens de Archiefwet 1995 gestelde, kunnen de op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde jaarrekening, op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
2. De directie is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
3. De directie is verplicht jaarlijks binnen zes maanden, of zoveel eerder als op grond van andere verplichtingen van de stichting nodig is, na afloop van het boekjaar een jaarrekening op te maken en legt deze over aan de Raad van Toezicht. Binnen deze termijn legt de directie ook een jaarverslag, de verklaring van de registeraccountant houdende bevindingen, alsmede het door de accountant opgestelde accountantsverslag, over aan de Raad van Toezicht.
4. De jaarrekening is ingericht overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de subsidieverplichtingen, gesteld door de minister.
5. In de reglementen van de directie en de Raad van Toezicht kunnen bepalingen opgenomen worden omtrent andere onderwerpen die in het jaarverslag aan de orde dienen te komen.
6. De jaarrekening wordt ondertekend door de directie en alle leden van de Raad van Toezicht. Ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
7. De Raad van Toezicht verleent aan een accountant opdracht tot onderzoek van de jaarrekening en formuleert de opdracht daartoe. Het bepaalde in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
8. Onverminderd het bij of krachtens de Archiefwet 1995 gestelde, is de directie verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
9. Onverminderd het bij of krachtens de Archiefwet 1995 gestelde, kunnen de op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde jaarrekening, op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052335
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl