BWBR0052335
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 6
Statuten Mondriaan Fonds 2026
1. De directie is belast met het besturen van de stichting en met het beheer van en de beschikking over het vermogen van de stichting binnen de grenzen van haar doel en onverminderd het bepaalde in artikel 15, en binnen de grenzen van een door de Raad van Toezicht goed te keuren directiereglement.
Bij de vervulling van hun taak richt de directie zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
2. De directie kan zich bij besluitvorming over aanvragen laten adviseren door een of meerdere adviescolleges. De adviseurs worden benoemd op basis van een profielschets en ontslagen door de directie.
3. De functie van directeur is onverenigbaar met de functie van directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van de Raad van Toezicht van instellingen op het werkterrein van de stichting in brede zin met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.
4. De directie doet aan de Raad van Toezicht vooraf opgave van zijn nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. De directie dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee hij, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
5. De directie stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven, en herziet deze zo nodig:
a. een jaarlijkse begroting met toelichting;
b. een beleidsplan voor een periode van vier jaar, bedoeld in artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, of een zodanige periode als vastgesteld door de minister;
c. een adequaat planning- en controlesysteem;
d. eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de Raad van Toezicht te bepalen.
Bij de vervulling van hun taak richt de directie zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
2. De directie kan zich bij besluitvorming over aanvragen laten adviseren door een of meerdere adviescolleges. De adviseurs worden benoemd op basis van een profielschets en ontslagen door de directie.
3. De functie van directeur is onverenigbaar met de functie van directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van de Raad van Toezicht van instellingen op het werkterrein van de stichting in brede zin met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.
4. De directie doet aan de Raad van Toezicht vooraf opgave van zijn nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. De directie dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee hij, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
5. De directie stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven, en herziet deze zo nodig:
a. een jaarlijkse begroting met toelichting;
b. een beleidsplan voor een periode van vier jaar, bedoeld in artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, of een zodanige periode als vastgesteld door de minister;
c. een adequaat planning- en controlesysteem;
d. eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de Raad van Toezicht te bepalen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052335
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl