BWBR0052335
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 12
Statuten Mondriaan Fonds 2026
1. De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van de directie en op de algemene gang van zaken in de stichting. Hij staat de directie met raad terzijde. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting.
2. De directie verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens.
3. De Raad van Toezicht kan bepalen dat één of meer van zijn leden en/of deskundigen toegang hebben tot het kantoor en dat deze personen bevoegd zijn de boeken en bescheiden van de stichting in te zien.
4. De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn toezichthoudende taak doen bijstaan door een of meer deskundigen.
5. De leden van de Raad van Toezicht doen voorafgaande aan hun benoeming opgave aan de Raad van Toezicht van hun nevenfuncties, waaronder, maar niet beperkt tot bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Indien en voor zover hiervan sprake is, dient een lid van de Raad van Toezicht melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee het betreffende lid, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
6. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een secretaris tevens plaatsvervangend voorzitter.
7. In de Raad van Toezicht heeft ieder lid één stem.
8. Alle besluiten van de Raad van Toezicht worden genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
9. De Raad van Toezicht kan in een vergadering alleen geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
10. De vergaderingen van de Raad van Toezicht worden geleid door zijn voorzitter of diens plaatsvervanger. Bij hun afwezigheid wordt de voorzitter van de vergadering aangewezen door de ter vergadering aanwezige leden van de Raad van Toezicht bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
11. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid. Een lid van de Raad van Toezicht kan ter vergadering slechts één ander lid vertegenwoordigen.
Vergaderingen van de Raad van Toezicht kunnen worden gehouden door middel van telefonische of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elk deelnemend lid van de Raad van Toezicht door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord.
12. Het lid van de Raad van Toezicht dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de overige leden van de Raad van Toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.
De overige leden van de Raad van Toezicht besluiten buiten aanwezigheid van het betrokken lid van de Raad van Toezicht of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Wanneer hierdoor geen besluit van de Raad van Toezicht zou kunnen worden genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door de Raad van Toezicht onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
13. De Raad van Toezicht stelt in een reglement regels vast omtrent de besluitvorming en werkwijze van de Raad van Toezicht, in aanvulling op hetgeen daaromtrent in deze statuten is bepaald.
2. De directie verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens.
3. De Raad van Toezicht kan bepalen dat één of meer van zijn leden en/of deskundigen toegang hebben tot het kantoor en dat deze personen bevoegd zijn de boeken en bescheiden van de stichting in te zien.
4. De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn toezichthoudende taak doen bijstaan door een of meer deskundigen.
5. De leden van de Raad van Toezicht doen voorafgaande aan hun benoeming opgave aan de Raad van Toezicht van hun nevenfuncties, waaronder, maar niet beperkt tot bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Indien en voor zover hiervan sprake is, dient een lid van de Raad van Toezicht melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee het betreffende lid, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
6. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een secretaris tevens plaatsvervangend voorzitter.
7. In de Raad van Toezicht heeft ieder lid één stem.
8. Alle besluiten van de Raad van Toezicht worden genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
9. De Raad van Toezicht kan in een vergadering alleen geldige besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
10. De vergaderingen van de Raad van Toezicht worden geleid door zijn voorzitter of diens plaatsvervanger. Bij hun afwezigheid wordt de voorzitter van de vergadering aangewezen door de ter vergadering aanwezige leden van de Raad van Toezicht bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
11. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid. Een lid van de Raad van Toezicht kan ter vergadering slechts één ander lid vertegenwoordigen.
Vergaderingen van de Raad van Toezicht kunnen worden gehouden door middel van telefonische of videoconferenties, of door middel van enig ander communicatiemiddel, mits elk deelnemend lid van de Raad van Toezicht door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord.
12. Het lid van de Raad van Toezicht dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de overige leden van de Raad van Toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.
De overige leden van de Raad van Toezicht besluiten buiten aanwezigheid van het betrokken lid van de Raad van Toezicht of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Wanneer hierdoor geen besluit van de Raad van Toezicht zou kunnen worden genomen, wordt het besluit desalniettemin genomen door de Raad van Toezicht onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
13. De Raad van Toezicht stelt in een reglement regels vast omtrent de besluitvorming en werkwijze van de Raad van Toezicht, in aanvulling op hetgeen daaromtrent in deze statuten is bepaald.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052335
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl