Kostprijsberekening Geen andere versie om mee te vergelijken 9.1 Geen aparte puntwaarde implantologie De NZa heeft analyses uitgevoerd die tot de conclusie hebben geleid dat er binnen de tandheelkundige zorg geen enkele groep gedifferentieerde praktijken is die een aandeel van 75% of meer heeft van de omzet op macroniveau voor het differentiatie-specifieke hoofdstuk. Om die reden is de NZa tot de conclusie gekomen dat er in het kostprijsonderzoek zal worden toegewerkt naar één algemene puntwaarde voor de tandheelkundige zorg per 1 januari 2026, naast de puntwaarde voor de orthodontische zorg. 9.2 Kostprijsberekening per punt Door de uitvraag komen de kosten en de productie van de geselecteerde zorgaanbieder in beeld van die prestaties waarvan het tarief wordt berekend op basis van een puntwaarde en een puntenaantal. De kostprijs per punt wordt berekend door de toegerekende kosten voor deze prestaties en het inkomensdeel voor de eventuele tandarts/orthodontist praktijkhouder(s) te delen door de productie in punten: 9.3 Overzicht van de prestaties In de berekening en toetsing van kostprijzen onderscheidt de NZa onderstaande groepen prestaties: • Prestaties zoals opgenomen in de Beleidsregel tandheelkundige zorg; • Prestaties zoals opgenomen in de Beleidsregel orthodontische zorg. Tenzij anders vermeld (zie artikel 9.4) baseren we kostprijzen op de gegevens die blijken uit de uitvraag. 9.4 Prestaties niet gebaseerd op de uitvraag Voor de volgende prestaties worden de tarieven op een andere wijze vastgesteld dan via de uitvraag bij geselecteerde zorgaanbieders. Tandheelkundige zorg − de prestatiecodes B12, H21, E04, J001 en J002 waarvoor een kostenbedrag geldt. − de prestatiecodes A20 en J050 welke tegen kostprijs in rekening kunnen worden gebracht. − de prestatiecodes U05, U25 en U35 waarvoor geen puntenaantal geldt. Deze (tijd)tarieven muteren jaarlijks met het in artikel 6.2 van de Beleidsregel tandheelkundige zorg genoemde mutatiepercentage. − de prestatie J057 waarvoor geldt dat het tarief van de prestatie 'kosten implantaat' van de kaakchirurg wordt gevolgd. − de prestatie onderlinge dienstverlening (Y02) kan met inachtneming van de geldende maximumtarieven voor de prestaties in rekening worden gebracht. − de prestatiecodes J104, J111, J180, J181, J184 waarvoor geldt dat het tarief van de volgende prestaties wordt gevolgd: 2 Prestatie: Gebaseerd op tarief van prestatie: J104 P070 J111 P070 J180 P002 J181 P004 J184 P072 Orthodontische zorg – de tarieven van de prestaties F121, F122, F124, F130, F151, F152, F161, F162, F716, F721, F722, F724, F815 en F900. Deze zijn gelijk aan het tariefniveau van soortgelijke prestaties genoemd in de Beleidsregel tandheelkundige zorg. In onderstaande tabel is weergegeven op welke prestaties uit die beleidsregel de tarieven voor de prestaties in de orthodontische zorg zijn gebaseerd. Tarief orthodontische zorg Tarief tandheelkundige zorg F121 C002 F122 C002 F124 C012 F130 C012 F151 X10 F152 X10 F161 X25 – X26 F162 X26 F716 M61 F721 H11 F722 H16 F724 M01 F815 E44 F900 Y01 − De prestatie onderlinge dienstverlening (F901). Deze prestatie kan met inachtneming van de geldende maximumtarieven voor de prestaties in rekening worden gebracht. 9.5 Schoning van kosten Kosten die wel worden uitgevraagd, maar die niet worden meegenomen in de berekening van de kostprijs zijn: − Bestuurlijke en strafrechtelijke boetes; − Goodwill: Bekostiging, afschrijvingen en financieringskosten van goodwill; − Eventuele kosten voor de praktijkhouder(s) zoals salaris, sociale lasten, arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenvoorzieningen (voor zover betrekking hebbend op de verzekering van de praktijk en functiehouder), deze worden vervangen door de Normatieve Arbeidskosten Component, zoals beschreven in art. 9.7. 9.6 Berekenen van kostprijzen – Praktijkkosten a) De NZa neemt de totale kosten van de praktijk, waaronder personeelskosten, huisvestingskosten en materiaalkosten, als basis. Hierop worden de kosten, genoemd onder 9.4 in mindering gebracht. b) Het verschil tussen de totale kosten en de totale direct te schonen kosten vormt het uitgangspunt van de praktijkkosten. c) Het uitgangspunt van de praktijkkosten wordt op basis van het aandeel in de omzet toegerekend aan de prestaties waarvan het tarief wordt bepaald door een puntenaantal en een puntwaarde. Het resultaat zijn de totale punt gerelateerde praktijkkosten. d) De totale punt gerelateerde praktijkkosten worden vervolgens op basis van de productiewaarde toegerekend aan de prestaties. Waarbij de productiewaarde wordt berekend door het aantal punten van de in rekening gebrachte prestaties te vermenigvuldigen met de puntwaarde waarop de tarieven voor die prestaties zijn gebaseerd. Voor tandheelkundige zorg: De totale punt gerelateerde praktijkkosten worden vermenigvuldigd met het aandeel dat de productiewaarde van tandheelkundige prestaties met een puntenaantal, uitmaakt in de totale productiewaarde. Voor orthodontische zorg: De totale punt gerelateerde praktijkkosten worden vermenigvuldigd met het aandeel dat de productiewaarde van orthodontische prestaties met een puntenaantal, uitmaakt in de totale productiewaarde. e) Het resultaat van de bij d) beschreven berekening is de input voor de ‘praktijkkosten’ zoals vermeld in de formule in 9.1 9.7 Normatieve arbeidskosten component (NAC) De NAC omvat een normatieve integrale vergoeding voor zowel het functiehouderschap als het praktijkhouderschap van een fulltime werkende praktijkhoudend zorgverlener. In het geval er sprake is van een, of meerdere, praktijkhoudend zorgverlener(s), dan wordt de NAC als element in de kosten toegevoegd op basis van het totaal door de praktijkhoudend zorgverlener(s) gewerkte FTE’s. a) De NZa hanteert hierbij de bedragen voor de NAC zoals deze zijn vastgesteld in het onderzoeksrapport van Berenschot. b) Het bedrag van de NAC dient op vergelijkbare wijze als de praktijkkosten aan het specifieke punt te worden toegerekend. c) Het aan de punten toe te rekenen bedrag van de NAC wordt vervolgens naar rato van FTE toegevoegd in de formule zoals vermeld in 9.1. Hierbij wordt er maximaal 1 fte per praktijkhoudend zorgverlener toegekend. 9.8 Geen praktijkhoudend zorgverlener Wanneer er geen praktijkhoudend zorgverlener aan de praktijk is verbonden, zal de NAC niet worden toegevoegd als element in de kosten. De NZa gaat er in de basis van uit dat in dergelijke gevallen de kosten gemoeid met het praktijkhouderschap uit de jaarrekening zullen blijken. Als blijkt dat de kosten voor dit praktijkhouderschap niet (volledig) uit de jaarrekening blijken, dan zal de NZa deze specifieke gevallen casuïstisch beoordelen om zo de reële kosten hiervoor mee te nemen in de berekening van de kostprijs. 9.9 Kostprijs per punt per praktijk Voor tandheelkundige zorg: het inkomensdeel en het praktijkkostendeel worden gedeeld door de tandheelkundige productie in punten. Voor orthodontische zorg: De inkomensdeel en het praktijkkostendeel worden gedeeld door de orthodontische productie in punten.