BWBR0050287
Artikel 11
Beleidsregel kostprijsonderzoek mondzorg (bronjaar 2023), ten behoeve van de tarieven tandheelkundige- en orthodontische zorg 2026
11.1 Dit artikel beschrijft het beleid dat de NZa hanteert om na het deel van het kostprijsonderzoek
dat door het externe onderzoeksbureau wordt uitgevoerd, van kostprijzen tot tarieven
te komen.
11.2
Uitgangspunten
De NZa heeft in de ‘Beleidsregel Algemeen kader tariefprincipes’ opgenomen welke uitgangspunten
de NZa hanteert bij het vaststellen van tarieven. Het beleid voor de tarieven in de
mondzorg sluit hierop aan.
11.3
Weging met volumes
Om te komen tot landelijke gemiddelde kostprijzen, die de basis vormen voor de tarieven,
wegen we alle individuele kostprijzen met de volumes van de betreffende kostprijs.
11.4
Ondernemingsfinanciering (VGREV)
In de tarieven wordt een adequate vergoeding opgenomen voor de ondernemingsfinanciering.
Hiervoor baseert NZa zich op het werkkapitaal en de materiële vaste activa. Deze posten
samen worden doorgaans deels gefinancierd via eigen vermogen en deels met rentedragende
financiering (vreemd vermogen). Om die rentedragende financiering te bekostigen neemt
de NZa de werkelijk betaalde rentekosten mee in de kostprijzen. Voor het aanhouden
van het eigen vermogen, waarmee bovenstaande posten deels gefinancierd worden, berekent
de NZa een vergoeding tegen een passend rentepercentage. Dit onderdeel heet ook wel
de VGREV, vergoeding rendement gederfd eigen vermogen, en wordt toegevoegd aan de
berekende landelijke gemiddelde kostprijs per punt.
Op dit moment is de definitieve berekening van de VGREV nog onderdeel van het lopende
traject. Zodra de NZa heeft besloten hoe deze berekening er exact komt uit te zien
zal dit in een memo vastgelegd worden en gecommuniceerd aan de externe klankbordgroep.
11.5
Ontwikkelingen na bronjaar 2023
De NZa hanteert het principe dat we kiezen voor één bronjaar en dat het gekozen bronjaar
een relatief normaal jaar is qua ontwikkelingen in de sector. In zijn algemeenheid
geldt dat elk jaar uniek is maar pas bij aanzienlijke ontwikkelingen, ter beoordeling
aan de NZa, worden aanpassingen gedaan voor tussentijdse wijzigingen na het uitvraagjaar.
Afwijken ten opzichte van het bronjaar is alleen mogelijk als dit objectief vast te
stellen en te kwantificeren is.
11.6
Wijzigingen in wet- en regelgeving
Zoals beschreven, zijn de werkelijke kosten in 2023 het uitgangspunt en dienen deze
kosten als basis voor de tarieven. Indien ten tijde van de uitvoering van het kostprijsonderzoek
veranderingen in wet- en regelgeving en/of verplichte kwaliteitsstandaarden bekend
zijn die leiden tot een objectief kwantitatief vast te stellen verandering in verwachte
kosten, verwerkt de NZa deze in de tarieven indien dit naar het oordeel van de NZa
tevens significant is.
11.7
Indexering
De resultaten van het kostprijsonderzoek zijn gebaseerd op het kalenderjaar 2023.
Om het tarief voor 2026 te berekenen, moeten de resultaten worden geïndexeerd om aan
te sluiten bij het voorlopig (vc = voorcalculatorisch) prijspeil voor 2026. Het doel
van het indexeren is het corrigeren van de tarieven voor de (te verwachten) inflatie.
Daarbij is onderscheid te maken tussen de indexatie van de personele kosten en de
materiële kosten. De indexering van de personele kosten gebeurt op basis van een percentage
dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA).
Het Centraal Planbureau berekent dit percentage op basis van de cao’s en de loonkostenontwikkeling
in de markt. Daarnaast worden de materiële kosten trendmatig aangepast op basis van
het prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) uit het Centraal Economisch Plan
(CEP) van het Centraal Planbureau.
11.8
Verantwoording
De NZa draagt zorg een schriftelijke verantwoording over de overwegingen en gemaakte
keuzes. Dit omvat in ieder geval.
Het verantwoordingsdocument geeft inzicht in:
− de selectie van de zorgaanbieders voor dit kostprijsonderzoek;
− het uitvraagproces;
− de berekening van de kostprijzen;
− de validatie van de kostprijzen;
− indien van toepassing, waar en waarom afgeweken is van onderhavige beleidsregel;
− indien van toepassing, de uitgevoerde onafhankelijk audit(s).
− een impactanalyse. Deze analyse gaat zowel in op de macro-effecten van de nieuwe tarieven
als op eventuele effecten voor specifieke groepen zorgaanbieders voor zover die onevenredig
geraakt worden.
De NZa maakt het verantwoordingsdocument openbaar na afronding van het kostprijsonderzoek.
dat door het externe onderzoeksbureau wordt uitgevoerd, van kostprijzen tot tarieven
te komen.
11.2
Uitgangspunten
De NZa heeft in de ‘Beleidsregel Algemeen kader tariefprincipes’ opgenomen welke uitgangspunten
de NZa hanteert bij het vaststellen van tarieven. Het beleid voor de tarieven in de
mondzorg sluit hierop aan.
11.3
Weging met volumes
Om te komen tot landelijke gemiddelde kostprijzen, die de basis vormen voor de tarieven,
wegen we alle individuele kostprijzen met de volumes van de betreffende kostprijs.
11.4
Ondernemingsfinanciering (VGREV)
In de tarieven wordt een adequate vergoeding opgenomen voor de ondernemingsfinanciering.
Hiervoor baseert NZa zich op het werkkapitaal en de materiële vaste activa. Deze posten
samen worden doorgaans deels gefinancierd via eigen vermogen en deels met rentedragende
financiering (vreemd vermogen). Om die rentedragende financiering te bekostigen neemt
de NZa de werkelijk betaalde rentekosten mee in de kostprijzen. Voor het aanhouden
van het eigen vermogen, waarmee bovenstaande posten deels gefinancierd worden, berekent
de NZa een vergoeding tegen een passend rentepercentage. Dit onderdeel heet ook wel
de VGREV, vergoeding rendement gederfd eigen vermogen, en wordt toegevoegd aan de
berekende landelijke gemiddelde kostprijs per punt.
Op dit moment is de definitieve berekening van de VGREV nog onderdeel van het lopende
traject. Zodra de NZa heeft besloten hoe deze berekening er exact komt uit te zien
zal dit in een memo vastgelegd worden en gecommuniceerd aan de externe klankbordgroep.
11.5
Ontwikkelingen na bronjaar 2023
De NZa hanteert het principe dat we kiezen voor één bronjaar en dat het gekozen bronjaar
een relatief normaal jaar is qua ontwikkelingen in de sector. In zijn algemeenheid
geldt dat elk jaar uniek is maar pas bij aanzienlijke ontwikkelingen, ter beoordeling
aan de NZa, worden aanpassingen gedaan voor tussentijdse wijzigingen na het uitvraagjaar.
Afwijken ten opzichte van het bronjaar is alleen mogelijk als dit objectief vast te
stellen en te kwantificeren is.
11.6
Wijzigingen in wet- en regelgeving
Zoals beschreven, zijn de werkelijke kosten in 2023 het uitgangspunt en dienen deze
kosten als basis voor de tarieven. Indien ten tijde van de uitvoering van het kostprijsonderzoek
veranderingen in wet- en regelgeving en/of verplichte kwaliteitsstandaarden bekend
zijn die leiden tot een objectief kwantitatief vast te stellen verandering in verwachte
kosten, verwerkt de NZa deze in de tarieven indien dit naar het oordeel van de NZa
tevens significant is.
11.7
Indexering
De resultaten van het kostprijsonderzoek zijn gebaseerd op het kalenderjaar 2023.
Om het tarief voor 2026 te berekenen, moeten de resultaten worden geïndexeerd om aan
te sluiten bij het voorlopig (vc = voorcalculatorisch) prijspeil voor 2026. Het doel
van het indexeren is het corrigeren van de tarieven voor de (te verwachten) inflatie.
Daarbij is onderscheid te maken tussen de indexatie van de personele kosten en de
materiële kosten. De indexering van de personele kosten gebeurt op basis van een percentage
dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA).
Het Centraal Planbureau berekent dit percentage op basis van de cao’s en de loonkostenontwikkeling
in de markt. Daarnaast worden de materiële kosten trendmatig aangepast op basis van
het prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) uit het Centraal Economisch Plan
(CEP) van het Centraal Planbureau.
11.8
Verantwoording
De NZa draagt zorg een schriftelijke verantwoording over de overwegingen en gemaakte
keuzes. Dit omvat in ieder geval.
Het verantwoordingsdocument geeft inzicht in:
− de selectie van de zorgaanbieders voor dit kostprijsonderzoek;
− het uitvraagproces;
− de berekening van de kostprijzen;
− de validatie van de kostprijzen;
− indien van toepassing, waar en waarom afgeweken is van onderhavige beleidsregel;
− indien van toepassing, de uitgevoerde onafhankelijk audit(s).
− een impactanalyse. Deze analyse gaat zowel in op de macro-effecten van de nieuwe tarieven
als op eventuele effecten voor specifieke groepen zorgaanbieders voor zover die onevenredig
geraakt worden.
De NZa maakt het verantwoordingsdocument openbaar na afronding van het kostprijsonderzoek.