BWBR0048883
Geldig vanaf 2023-11-15
Artikel 7
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027
1. De subsidieaanvraag heeft betrekking op:
a. een publiek-private samenwerking waarvoor niet eerder subsidie is verstrekt op grond van deze regeling; of
b. het door verbreding of verdieping aanzienlijk uitbreiden van een bestaande publiek-private samenwerking.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt eenmalig toegekend en kan enkel worden toegewezen, indien:
a. voor het samenwerkingsverband eerder subsidie is verstrekt op grond van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2014–2018 of van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022 en de betreffende subsidieperiode succesvol is afgerond;
b. aan het samenwerkingsverband nog ten minste 50 procent van de partijen deelnemen die aan het einde van de subsidieperiode, bedoeld in onderdeel a, deelnamen aan de samenwerking; en
c. de aanvraag in ieder geval betrekking heeft op onderzoekende vaardigheden of praktijkgericht onderzoek.
3. De subsidieperiode van een project als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is succesvol afgerond indien uit de evaluatie van het project in ieder geval blijkt dat:
a. het project in termen van ontwikkeling en doelrealisatie succesvol is geweest; en
b. het project ook na afronding van de betreffende subsidieperiode duurzaam wordt voortgezet.
a. een publiek-private samenwerking waarvoor niet eerder subsidie is verstrekt op grond van deze regeling; of
b. het door verbreding of verdieping aanzienlijk uitbreiden van een bestaande publiek-private samenwerking.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt eenmalig toegekend en kan enkel worden toegewezen, indien:
a. voor het samenwerkingsverband eerder subsidie is verstrekt op grond van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2014–2018 of van de Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2019–2022 en de betreffende subsidieperiode succesvol is afgerond;
b. aan het samenwerkingsverband nog ten minste 50 procent van de partijen deelnemen die aan het einde van de subsidieperiode, bedoeld in onderdeel a, deelnamen aan de samenwerking; en
c. de aanvraag in ieder geval betrekking heeft op onderzoekende vaardigheden of praktijkgericht onderzoek.
3. De subsidieperiode van een project als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is succesvol afgerond indien uit de evaluatie van het project in ieder geval blijkt dat:
a. het project in termen van ontwikkeling en doelrealisatie succesvol is geweest; en
b. het project ook na afronding van de betreffende subsidieperiode duurzaam wordt voortgezet.