BWBR0048883
Geldig vanaf 2023-11-15
Artikel 19
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027
1. De beoordelingscommissie beoordeelt de aanvragen voor de publiek-private samenwerking die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in paragraaf 2.
2. De beoordelingscommissie stelt de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag mondeling toe te lichten.
3. De beoordelingscommissie beoordeelt een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, aan de hand van de volgende criteria:
a. verbetering aansluiting beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt;
b. samenwerking en draagvlak;
c. uitvoerbaarheid en haalbaarheid;
d. duurzaamheid; en
e. financiering.
4. De beoordelingscommissie beoordeelt een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, aan de hand van de volgende criteria:
a. verbetering aansluiting beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt;
b. verbreding of verdieping;
c. onderzoekend vermogen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c;
d. samenwerking en draagvlak;
e. uitvoerbaarheid en haalbaarheid;
f. duurzaamheid; en
g. financiering.
5. De criteria, bedoeld in het derde en vierde lid, zijn uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlage 1bij deze regeling is gevoegd.
6. Indien een aanvraag naar het oordeel van de beoordelingscommissie op één van de criteria, bedoeld in het derde lid of vierde lid, bijna voldoende scoort, kan de beoordelingscommissie, mits het subsidieplafond voor de betreffende aanvraagperiode nog niet is bereikt, de minister adviseren de aanvrager in de gelegenheid te stellen de aanvraag ten aanzien van dit criterium aan te vullen. De periode waarin de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag aan te vullen, bedraagt ten hoogste tien werkdagen. De beoordelingscommissie beoordeelt of de aanvraag, na de aanvulling, alsnog tot een voldoende oordeel leidt voor het betreffende criterium.
7. Aanvragen dienen, zo nodig na toepassing van het zesde lid, voor elk van de criteria, bedoeld in het derde lid of vierde lid, minimaal voldoende te zijn beoordeeld om door de beoordelingscommissie van een positief advies te worden voorzien.
2. De beoordelingscommissie stelt de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag mondeling toe te lichten.
3. De beoordelingscommissie beoordeelt een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, aan de hand van de volgende criteria:
a. verbetering aansluiting beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt;
b. samenwerking en draagvlak;
c. uitvoerbaarheid en haalbaarheid;
d. duurzaamheid; en
e. financiering.
4. De beoordelingscommissie beoordeelt een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, aan de hand van de volgende criteria:
a. verbetering aansluiting beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt;
b. verbreding of verdieping;
c. onderzoekend vermogen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel c;
d. samenwerking en draagvlak;
e. uitvoerbaarheid en haalbaarheid;
f. duurzaamheid; en
g. financiering.
5. De criteria, bedoeld in het derde en vierde lid, zijn uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlage 1bij deze regeling is gevoegd.
6. Indien een aanvraag naar het oordeel van de beoordelingscommissie op één van de criteria, bedoeld in het derde lid of vierde lid, bijna voldoende scoort, kan de beoordelingscommissie, mits het subsidieplafond voor de betreffende aanvraagperiode nog niet is bereikt, de minister adviseren de aanvrager in de gelegenheid te stellen de aanvraag ten aanzien van dit criterium aan te vullen. De periode waarin de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag aan te vullen, bedraagt ten hoogste tien werkdagen. De beoordelingscommissie beoordeelt of de aanvraag, na de aanvulling, alsnog tot een voldoende oordeel leidt voor het betreffende criterium.
7. Aanvragen dienen, zo nodig na toepassing van het zesde lid, voor elk van de criteria, bedoeld in het derde lid of vierde lid, minimaal voldoende te zijn beoordeeld om door de beoordelingscommissie van een positief advies te worden voorzien.