BWBR0048883
Geldig vanaf 2023-11-15
Artikel 15
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027
1. De meerjarenbegroting wordt opgesteld conform het format dat op de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld en bevat in ieder geval:
a. een onderbouwd overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven voor de betreffende kalenderjaren, waarin een uitsplitsing is gemaakt in de omvang en prijs voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;
b. de hoogte van het subsidiebedrag dat wordt gevraagd;
c. een onderbouwing waaruit blijkt dat het subsidiebedrag ten hoogste één derde deel van de totale begroting bedraagt, of waaruit in geval van een project als bedoeld in artikel 8 blijkt dat het subsidiebedrag ten hoogste de helft van de totale begroting bedraagt;
d. de omvang van de kosten voor projectmanagement; en
e. indien artikel 6, zevende lid, van toepassing is, een omschrijving van de ontwikkelkosten van het Associate-degreeprogramma.
2. Naast de in het eerste lid genoemde gegevens, bevat de meerjarenbegroting voor de eerste helft van de subsidieperiode:
a. een gedetailleerd overzicht van de financiering, in geld of in geld waardeerbaar, door partijen in het samenwerkingsverband;
b. de omvang van de cofinanciering door de arbeidsorganisaties, het georganiseerd bedrijfsleven en O&O-fondsen; en
c. de omvang van de cofinanciering van de onderwijsinstelling en de overige samenwerkingspartners.
3. Naast de in het eerste lid genoemde gegevens bevat de meerjarenbegroting voor de tweede helft van de subsidieperiode tevens een globale beschrijving van de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid.
4. Voor de berekening van de personeelskosten wordt een integraal tarief gehanteerd van € 86,– per uur. Kosten voor de inzet van vrijwilligers worden niet als personeelskosten aangemerkt.
5. Indien sprake is van afschrijving van kosten voor nieuwbouw of verbouw van gebouwen voor de publiek-private samenwerking worden deze kosten, voor zover deze betrekking hebben op de publiek-private samenwerking, afgeschreven conform de afschrijvingstermijn zoals wordt gehanteerd in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
a. een onderbouwd overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven voor de betreffende kalenderjaren, waarin een uitsplitsing is gemaakt in de omvang en prijs voor zover die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;
b. de hoogte van het subsidiebedrag dat wordt gevraagd;
c. een onderbouwing waaruit blijkt dat het subsidiebedrag ten hoogste één derde deel van de totale begroting bedraagt, of waaruit in geval van een project als bedoeld in artikel 8 blijkt dat het subsidiebedrag ten hoogste de helft van de totale begroting bedraagt;
d. de omvang van de kosten voor projectmanagement; en
e. indien artikel 6, zevende lid, van toepassing is, een omschrijving van de ontwikkelkosten van het Associate-degreeprogramma.
2. Naast de in het eerste lid genoemde gegevens, bevat de meerjarenbegroting voor de eerste helft van de subsidieperiode:
a. een gedetailleerd overzicht van de financiering, in geld of in geld waardeerbaar, door partijen in het samenwerkingsverband;
b. de omvang van de cofinanciering door de arbeidsorganisaties, het georganiseerd bedrijfsleven en O&O-fondsen; en
c. de omvang van de cofinanciering van de onderwijsinstelling en de overige samenwerkingspartners.
3. Naast de in het eerste lid genoemde gegevens bevat de meerjarenbegroting voor de tweede helft van de subsidieperiode tevens een globale beschrijving van de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid.
4. Voor de berekening van de personeelskosten wordt een integraal tarief gehanteerd van € 86,– per uur. Kosten voor de inzet van vrijwilligers worden niet als personeelskosten aangemerkt.
5. Indien sprake is van afschrijving van kosten voor nieuwbouw of verbouw van gebouwen voor de publiek-private samenwerking worden deze kosten, voor zover deze betrekking hebben op de publiek-private samenwerking, afgeschreven conform de afschrijvingstermijn zoals wordt gehanteerd in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.