BWBR0048883
Geldig vanaf 2023-11-15
Artikel 25
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027
1. De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verstrekt. Niet bestede middelen door het samenwerkingsverband worden na de subsidieperiode teruggevorderd.
2. De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 2.
3. In afwijking van het tweede lid geschiedt de financiële verantwoording voor een subsidieverstrekking aan een bevoegd gezag van een school als bedoeld in het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BESovereenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.
4. Naast de financiële verantwoording, bedoeld in het tweede en derde lid, toont de subsidieontvanger aan de hand van de eindrapportage aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
5. De eindrapportage voldoet aan de eisen die de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSstelt aan het activiteitenverslag.
6. De eindrapportage wordt binnen tien weken na afloop van de subsidieperiode gezonden aan de minister.
7. De minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
8. Indien het totaal van de daadwerkelijk gerealiseerde cofinanciering voor een project als bedoeld in artikel 7, meer bedraagt dan twee derde deel van de meerjarenbegroting, wordt, indien in de eindrapportage wordt aangetoond dat het project succesvol is afgerond, de hoogte van het subsidiebedrag, voor zover dit bedrag is besteed aan de doelstellingen van het project, omschreven in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 13, vastgesteld op een derde deel van de meerjarenbegroting. De vaststelling kan niet leiden tot verhoging van de subsidieverlening.
9. Indien het totaal van de daadwerkelijk gerealiseerde cofinanciering voor een project als bedoeld in artikel 8, meer bedraagt dan 50 procent van de meerjarenbegroting, wordt, indien in de eindrapportage wordt aangetoond dat het project succesvol is afgerond, de hoogte van het subsidiebedrag, voor zover dit bedrag is besteed aan de doelstellingen van het project, omschreven in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 13, vastgesteld op 50 procent van de meerjarenbegroting.
2. De financiële verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 2.
3. In afwijking van het tweede lid geschiedt de financiële verantwoording voor een subsidieverstrekking aan een bevoegd gezag van een school als bedoeld in het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BESovereenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.
4. Naast de financiële verantwoording, bedoeld in het tweede en derde lid, toont de subsidieontvanger aan de hand van de eindrapportage aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
5. De eindrapportage voldoet aan de eisen die de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWSstelt aan het activiteitenverslag.
6. De eindrapportage wordt binnen tien weken na afloop van de subsidieperiode gezonden aan de minister.
7. De minister stelt de subsidie vast binnen 52 weken na ontvangst van het jaarverslag over het laatste jaar van besteding.
8. Indien het totaal van de daadwerkelijk gerealiseerde cofinanciering voor een project als bedoeld in artikel 7, meer bedraagt dan twee derde deel van de meerjarenbegroting, wordt, indien in de eindrapportage wordt aangetoond dat het project succesvol is afgerond, de hoogte van het subsidiebedrag, voor zover dit bedrag is besteed aan de doelstellingen van het project, omschreven in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 13, vastgesteld op een derde deel van de meerjarenbegroting. De vaststelling kan niet leiden tot verhoging van de subsidieverlening.
9. Indien het totaal van de daadwerkelijk gerealiseerde cofinanciering voor een project als bedoeld in artikel 8, meer bedraagt dan 50 procent van de meerjarenbegroting, wordt, indien in de eindrapportage wordt aangetoond dat het project succesvol is afgerond, de hoogte van het subsidiebedrag, voor zover dit bedrag is besteed aan de doelstellingen van het project, omschreven in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 13, vastgesteld op 50 procent van de meerjarenbegroting.