BWBR0048883
Geldig vanaf 2023-11-15
Artikel 24
Regeling regionaal investeringsfonds mbo 2024–2027
1. De minister beoordeelt aan de hand van de voortgangsrapportage tussentijds de uitvoering van het project.
2. De voortgangsrapportage wordt door het bevoegd gezag uiterlijk zes weken vóór het einde van de eerste helft van de projectperiode ingediend.
3. De voortgangsrapportage bevat in ieder geval:
a. een beschrijving van de voortgang ten aanzien van het realiseren van de mijlpalen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a;
b. een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten voor de tweede helft van de projectperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde eindresultaten;
c. een concretisering van de wijze waarop de publiek-private samenwerking wordt voortgezet na afloop van de subsidieperiode;
d. een concretisering van de oorspronkelijk ingediende meerjarenbegroting voor de tweede helft van de subsidieperiode, met daarin een gedetailleerde beschrijving van de gegevens genoemd in artikel 15, derde lid, voor de tweede helft van de subsidieperiode teneinde de activiteiten als bedoeld in onderdeel b te kunnen realiseren; en
e. het verslag van de evaluatie, bedoeld in het vierde lid.
4. Het samenwerkingsverband evalueert ten behoeve van de tussentijdse beoordeling de samenwerking tussen de partijen in het samenwerkingsverband.
5. De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportage.
6. De minister kan besluiten het bedrag van de subsidieverlening te verlagen dan wel de subsidieverlening te beëindigen. De minister besluit in voorkomend geval uiterlijk twaalf weken na ontvangst van de voortgangsrapportage.
7. Indien de onderwijsinstelling de voortgangsrapportage niet uiterlijk op het indieningstijdstip, bedoeld in het tweede lid, indient, kan de subsidieverlening ten nadele van de onderwijsinstelling worden gewijzigd. Voorafgaand aan de wijziging van de subsidieverlening wordt de betaling van het in artikel 30, eerste lid, bedoelde voorschot geheel of gedeeltelijk opgeschort.
8. De beoordeling, bedoeld in het eerste lid, kan niet leiden tot verhoging van de subsidieverlening.
2. De voortgangsrapportage wordt door het bevoegd gezag uiterlijk zes weken vóór het einde van de eerste helft van de projectperiode ingediend.
3. De voortgangsrapportage bevat in ieder geval:
a. een beschrijving van de voortgang ten aanzien van het realiseren van de mijlpalen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a;
b. een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten voor de tweede helft van de projectperiode, bestaande uit fasering, mijlpalen en beoogde eindresultaten;
c. een concretisering van de wijze waarop de publiek-private samenwerking wordt voortgezet na afloop van de subsidieperiode;
d. een concretisering van de oorspronkelijk ingediende meerjarenbegroting voor de tweede helft van de subsidieperiode, met daarin een gedetailleerde beschrijving van de gegevens genoemd in artikel 15, derde lid, voor de tweede helft van de subsidieperiode teneinde de activiteiten als bedoeld in onderdeel b te kunnen realiseren; en
e. het verslag van de evaluatie, bedoeld in het vierde lid.
4. Het samenwerkingsverband evalueert ten behoeve van de tussentijdse beoordeling de samenwerking tussen de partijen in het samenwerkingsverband.
5. De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportage.
6. De minister kan besluiten het bedrag van de subsidieverlening te verlagen dan wel de subsidieverlening te beëindigen. De minister besluit in voorkomend geval uiterlijk twaalf weken na ontvangst van de voortgangsrapportage.
7. Indien de onderwijsinstelling de voortgangsrapportage niet uiterlijk op het indieningstijdstip, bedoeld in het tweede lid, indient, kan de subsidieverlening ten nadele van de onderwijsinstelling worden gewijzigd. Voorafgaand aan de wijziging van de subsidieverlening wordt de betaling van het in artikel 30, eerste lid, bedoelde voorschot geheel of gedeeltelijk opgeschort.
8. De beoordeling, bedoeld in het eerste lid, kan niet leiden tot verhoging van de subsidieverlening.