BWBR0046885
Geldig vanaf 2022-07-12
Artikel 8
Beleidsregel toets passende stimulering en cumulatietoets onder het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie
1. Bij de berekening van de waarde van de investeringssteun, bedoeld in artikel 7, hanteert de minister de rekenregels, bedoeld in het tweede tot en met achtste lid.
2. De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel van de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen op grond van artikel 3.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001wordt berekend:
a. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste twaalf jaar volgens de formule: NCWY,1 (0,917*Z*X) – ∑NCW Y,2 tm 12 (0,083*Z*X);
b. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste vijftien jaar volgens de formule: NCWY,1 (0,933*Z*X) – ∑NCWY,2 tm 15 (0,067*Z*X);
waarbij NCWY,1,NCWY,2 tm 12, NCWY,2 tm 15,Y, Zen Xachtereenvolgens staan voor:
NCWY,1= de disconteringsfactor bij discontopercentage Y in jaar 1;
NCWY,2 tm 12= de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 12;
NCWY,2 tm 15= de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 15;
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
Z= het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek;
X= het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%.
3. De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel van de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen op grond van artikel 3.34 van de Wet inkomstenbelasting 2001wordt berekend:
a. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste twaalf jaar volgens de formule: NCW Y,1(0,917*Z*X) – ∑NCWY,2 tm 12(0,083*Z*X);
b. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste vijftien jaar volgens de formule: NCWY,1 (0,933*Z*X) – ∑NCWY,2 tm 15 (0,067*Z*X);
waarbij NCWY,1, NCWY,2 tm 12, NCWY,2 tm 15, Y,Zen Xachtereenvolgens staan voor:
NCWY,1= de disconteringsfactor bij discontopercentage Y in jaar 1;
NCWY,2 tm 12= de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 12;
NCWY,2 tm 15= de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 15;
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
Z= het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek;
X= het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%.
4. De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel krachtens de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001wordt berekend volgens de formule:
NCWY,1(X*W*V);
waarbij NCWY,1,Y, X, Wen Vachtereenvolgens staan voor:
NCWY,1= de disconteringsfactor bij het discontopercentage Y in jaar 1;
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
X= het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%;
W= het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek;
V= het aftrekpercentage dat van toepassing is op het moment van melding van de investering.
5. De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel van de milieu-investeringsaftrek op grond van artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001wordt berekend volgens de formule:
NCWY,1(X * U * T);
waarbij NCWY,1, Y, X, Uen Tachtereenvolgens staan voor:
NCWY,1= de disconteringsfactor bij discontopercentage Y in jaar 1;
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
X= het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%;
U= het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek;
T= het aftrekpercentage dat van toepassing is op het moment van melding van de soort investering.
6. Indien de subsidieontvanger kan aantonen dat sprake is van een bouwtijd van de productie-installatie langer dan één jaar, kan de minister in afwijking van het tweede tot en met vijfde lid de uitkomsten van de rekenregels, bedoeld in die leden, vermenigvuldigen met de factor:
1 / (1 + Y)(S – 12)/24;
waarbij Y en Sachtereenvolgens staan voor:
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
S= de bouwtijd in maanden, waarbij onder bouwtijd van de productie-installatie wordt verstaan de tijd tussen de start van de bouw van de productie-installatie en de datum van ingebruikname van de productie-installatie.
7. De waarde van het genoten en nog te genieten voordeel uit een financiering op grond van de Regeling groenprojecten 2005, de Regeling groenprojecten 2010, de Regeling groenprojecten 2016of de Regeling groenprojecten 2022wordt forfaitair vastgesteld op de netto contante waarde van een marktconform percentage van het jaarlijkse leningsbedrag, waarbij wordt uitgegaan van een over een periode van tien jaar lineair aflopend leningsbedrag.
8. De waarde van het genoten en nog te genieten voordeel uit overige investeringssteun bedraagt de netto contante waarde van de op grond van die maatregelen daadwerkelijk ontvangen of verrekende bedragen.
9. De minister kan bij de berekeningen, bedoeld in het eerste tot en met achtste lid, andere waarden hanteren dan de waarden, bedoeld in die leden, indien de subsidieontvanger deze waarden kan aantonen met een accountantsverklaring, waarbij de fiscale voordelen worden toegerekend aan het jaar waarin ze in de belastingaangifte zijn geclaimd.
2. De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel van de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen op grond van artikel 3.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001wordt berekend:
a. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste twaalf jaar volgens de formule: NCWY,1 (0,917*Z*X) – ∑NCW Y,2 tm 12 (0,083*Z*X);
b. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste vijftien jaar volgens de formule: NCWY,1 (0,933*Z*X) – ∑NCWY,2 tm 15 (0,067*Z*X);
waarbij NCWY,1,NCWY,2 tm 12, NCWY,2 tm 15,Y, Zen Xachtereenvolgens staan voor:
NCWY,1= de disconteringsfactor bij discontopercentage Y in jaar 1;
NCWY,2 tm 12= de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 12;
NCWY,2 tm 15= de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 15;
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
Z= het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek;
X= het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%.
3. De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel van de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen op grond van artikel 3.34 van de Wet inkomstenbelasting 2001wordt berekend:
a. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste twaalf jaar volgens de formule: NCW Y,1(0,917*Z*X) – ∑NCWY,2 tm 12(0,083*Z*X);
b. in geval van een sdek-subsidie voor een periode van ten hoogste vijftien jaar volgens de formule: NCWY,1 (0,933*Z*X) – ∑NCWY,2 tm 15 (0,067*Z*X);
waarbij NCWY,1, NCWY,2 tm 12, NCWY,2 tm 15, Y,Zen Xachtereenvolgens staan voor:
NCWY,1= de disconteringsfactor bij discontopercentage Y in jaar 1;
NCWY,2 tm 12= de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 12;
NCWY,2 tm 15= de som van de disconteringsfactoren bij discontopercentage Y in de jaren 2 tot en met 15;
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
Z= het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek;
X= het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%.
4. De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel krachtens de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001wordt berekend volgens de formule:
NCWY,1(X*W*V);
waarbij NCWY,1,Y, X, Wen Vachtereenvolgens staan voor:
NCWY,1= de disconteringsfactor bij het discontopercentage Y in jaar 1;
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
X= het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%;
W= het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek;
V= het aftrekpercentage dat van toepassing is op het moment van melding van de investering.
5. De netto contante waarde van het genoten en nog te genieten voordeel van de milieu-investeringsaftrek op grond van artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001wordt berekend volgens de formule:
NCWY,1(X * U * T);
waarbij NCWY,1, Y, X, Uen Tachtereenvolgens staan voor:
NCWY,1= de disconteringsfactor bij discontopercentage Y in jaar 1;
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
X= het maximale belastingpercentage inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productie-installatie, waarbij in 2021 voor de inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 49,5% en voor de vennootschapsbelasting van 25%;
U= het meldingsbedrag dat in aanmerking komt voor aftrek;
T= het aftrekpercentage dat van toepassing is op het moment van melding van de soort investering.
6. Indien de subsidieontvanger kan aantonen dat sprake is van een bouwtijd van de productie-installatie langer dan één jaar, kan de minister in afwijking van het tweede tot en met vijfde lid de uitkomsten van de rekenregels, bedoeld in die leden, vermenigvuldigen met de factor:
1 / (1 + Y)(S – 12)/24;
waarbij Y en Sachtereenvolgens staan voor:
Y= het discontopercentage, bedoeld in artikel 12;
S= de bouwtijd in maanden, waarbij onder bouwtijd van de productie-installatie wordt verstaan de tijd tussen de start van de bouw van de productie-installatie en de datum van ingebruikname van de productie-installatie.
7. De waarde van het genoten en nog te genieten voordeel uit een financiering op grond van de Regeling groenprojecten 2005, de Regeling groenprojecten 2010, de Regeling groenprojecten 2016of de Regeling groenprojecten 2022wordt forfaitair vastgesteld op de netto contante waarde van een marktconform percentage van het jaarlijkse leningsbedrag, waarbij wordt uitgegaan van een over een periode van tien jaar lineair aflopend leningsbedrag.
8. De waarde van het genoten en nog te genieten voordeel uit overige investeringssteun bedraagt de netto contante waarde van de op grond van die maatregelen daadwerkelijk ontvangen of verrekende bedragen.
9. De minister kan bij de berekeningen, bedoeld in het eerste tot en met achtste lid, andere waarden hanteren dan de waarden, bedoeld in die leden, indien de subsidieontvanger deze waarden kan aantonen met een accountantsverklaring, waarbij de fiscale voordelen worden toegerekend aan het jaar waarin ze in de belastingaangifte zijn geclaimd.