BWBR0046885
Geldig vanaf 2022-07-12
Artikel 2
Beleidsregel toets passende stimulering en cumulatietoets onder het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie
1. De minister toetst of sprake is van overstimulering, indien aan een subsidieontvanger sdek-subsidie wordt verstrekt voor een productie-installatie voor restwarmte, koolstofdioxide-arme warmte met een elektroboiler of een industriële warmtepomp met 3.000 vollasturen, waterstof uit elektrolyse, afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of afvang en gebruik van koolstofdioxide dan wel hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa waarvoor via verlengde levensduur opnieuw subsidie is gegeven als bedoeld in artikel 3, zevende lid, van de algemene uitvoeringsregeling.
2. De minister kan toetsen of sprake is van overstimulering, indien aan een subsidieontvanger sdek-subsidie wordt verstrekt voor een andere productie-installatie dan een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid:
a. waarvoor een meer dan gemiddeld risico bestaat op variatie van verschillende kosten binnen de categorie; en
b. waarmee binnen Nederland beperkt ervaring is opgedaan.
3. Er is sprake van overstimulering bij het verstrekken van een sdek-subsidie als bedoeld in het eerste of tweede lid indien:
(geprognosticeerde sdek-subsidie + verkoopinkomsten hernieuwbare energie of inkomsten uit vermindering van broeikasgas + eventuele andere exploitatiesteun) – (netto investering + rendement op geïnvesteerd vermogen + exploitatiesaldo) > € 0.
2. De minister kan toetsen of sprake is van overstimulering, indien aan een subsidieontvanger sdek-subsidie wordt verstrekt voor een andere productie-installatie dan een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid:
a. waarvoor een meer dan gemiddeld risico bestaat op variatie van verschillende kosten binnen de categorie; en
b. waarmee binnen Nederland beperkt ervaring is opgedaan.
3. Er is sprake van overstimulering bij het verstrekken van een sdek-subsidie als bedoeld in het eerste of tweede lid indien:
(geprognosticeerde sdek-subsidie + verkoopinkomsten hernieuwbare energie of inkomsten uit vermindering van broeikasgas + eventuele andere exploitatiesteun) – (netto investering + rendement op geïnvesteerd vermogen + exploitatiesaldo) > € 0.