BWBR0046885
Geldig vanaf 2022-07-12
Artikel 16
Beleidsregel toets passende stimulering en cumulatietoets onder het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie
1. Indien uit de toets passende stimulering, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt:
a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie zodanig dat geen sprake meer is van overstimulering; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
2. Indien uit de cumulatietoets, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt:
a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie met ten hoogste de toekomstige waarde van het bedrag aan de steun uit andere steunmaatregelen; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
3. Indien uit de toets passende stimulering of cumulatietoets, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, blijkt dat sprake is van minder overstimulering dan uit de voorgaande toets passende stimulering of cumulatietoets blijkt:
a. verhoogt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie overeenkomstig aan door het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar te verhogen.
4. Bij een verhoging als bedoeld in het derde lid bedraagt de maximale sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen niet meer dan opgenomen in de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie zoals die oorspronkelijk luidde.
5. De minister kan in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, of het derde lid, onderdeel b, de subsidie met ingang van een ander moment aanpassen indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is.
6. Indien uit de toets passende stimulering of de cumulatietoets, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, blijkt dat geen sprake is van overstimulering of dat de overstimulering minder dan € 10.000 bedraagt, stelt de minister de subsidieontvanger op de hoogte van de uitkomst van de toets.
a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie zodanig dat geen sprake meer is van overstimulering; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
2. Indien uit de cumulatietoets, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt:
a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie met ten hoogste de toekomstige waarde van het bedrag aan de steun uit andere steunmaatregelen; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
3. Indien uit de toets passende stimulering of cumulatietoets, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, blijkt dat sprake is van minder overstimulering dan uit de voorgaande toets passende stimulering of cumulatietoets blijkt:
a. verhoogt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie overeenkomstig aan door het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar te verhogen.
4. Bij een verhoging als bedoeld in het derde lid bedraagt de maximale sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen niet meer dan opgenomen in de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie zoals die oorspronkelijk luidde.
5. De minister kan in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, of het derde lid, onderdeel b, de subsidie met ingang van een ander moment aanpassen indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is.
6. Indien uit de toets passende stimulering of de cumulatietoets, bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, blijkt dat geen sprake is van overstimulering of dat de overstimulering minder dan € 10.000 bedraagt, stelt de minister de subsidieontvanger op de hoogte van de uitkomst van de toets.