BWBR0046885
Geldig vanaf 2022-07-12
Artikel 10
Beleidsregel toets passende stimulering en cumulatietoets onder het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie
1. In geval het een productie-installatie betreft voor fotovoltaïsche zonnepanelen, zonthermie, windenergie, osmose of waterkracht, gebruikt de minister voor het berekenen van het exploitatiesaldo, bedoeld in de artikelen 2, derde lid, en 3, tweede en derde lid, de exploitatiekosten en -baten die zijn opgenomen in het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van de aanvraag voor subsidie.
2. Indien de subsidieontvanger onderbouwd kan aantonen dat zijn exploitatiekosten of -baten afwijken van het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van zijn aanvraag voor sdek-subsidie, gebruikt de minister in afwijking van het eerste lid voor het berekenen van het exploitatiesaldo, een door de subsidieontvanger op verzoek van de minister aangeleverd exploitatieoverzicht van exploitatiekosten en -baten die zijn gemaakt of worden verwacht over de periode van de sdek-subsidie.
3. In geval het een andere productie-installatie dan een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid betreft, gebruikt de minister voor het berekenen van het exploitatiesaldo een exploitatieoverzicht met de exploitatiekosten en -baten die zijn gemaakt of worden verwacht over de periode van de sdek-subsidie, welk overzicht het door de producent op grond van artikel 3, derde lid, van de algemene uitvoeringsregelingaan de minister toegezonden overzicht, vergezelt.
4. Het exploitatieoverzicht, bedoeld in het tweede en derde lid, bevat voor zover van toepassing:
a. de variabele exploitatiekosten, waaronder: i. de kosten voor inkoop en aanvoer van biomassa;
ii. de kosten voor transport of opslag van koolstofdioxide;
iii. de kosten voor de inkoop van elektriciteit;
iv. de kosten voor afvoer van reststoffen;
v. de kosten voor onderhoud van de productie-installatie;
vi. de verzekerings-, garantie en administratiekosten voor de productie-installatie;
vii. de arbeidskosten voor operationeel beheer van de productie-installatie;
i. de kosten voor inkoop en aanvoer van biomassa;
ii. de kosten voor transport of opslag van koolstofdioxide;
iii. de kosten voor de inkoop van elektriciteit;
iv. de kosten voor afvoer van reststoffen;
v. de kosten voor onderhoud van de productie-installatie;
vi. de verzekerings-, garantie en administratiekosten voor de productie-installatie;
vii. de arbeidskosten voor operationeel beheer van de productie-installatie;
b. de vaste exploitatiekosten, waaronder: i. de kosten voor aansluiting van de productie-installatie op het elektriciteitsnet;
ii. de onroerende-zaakbelasting voor de productie-installatie op grond van artikel 220 van de Gemeentewet;
i. de kosten voor aansluiting van de productie-installatie op het elektriciteitsnet;
ii. de onroerende-zaakbelasting voor de productie-installatie op grond van artikel 220 van de Gemeentewet;
c. de variabele exploitatiebaten, waaronder: i. de baten van verkoop aan derden van hernieuwbare energie of de inkomsten uit vermindering van broeikasgas;
ii. de baten uit poortgelden;
iii. de baten uit verkoop van restproducten afkomstig van de productie-installatie;
iv. de vermeden aardgaskosten als gevolg van de exploitatie van de productie-installatie.
i. de baten van verkoop aan derden van hernieuwbare energie of de inkomsten uit vermindering van broeikasgas;
ii. de baten uit poortgelden;
iii. de baten uit verkoop van restproducten afkomstig van de productie-installatie;
iv. de vermeden aardgaskosten als gevolg van de exploitatie van de productie-installatie.
5. Voor het aanleveren van het exploitatieoverzicht wordt gebruik gemaakt van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. Indien de subsidieontvanger onderbouwd kan aantonen dat zijn exploitatiekosten of -baten afwijken van het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van zijn aanvraag voor sdek-subsidie, gebruikt de minister in afwijking van het eerste lid voor het berekenen van het exploitatiesaldo, een door de subsidieontvanger op verzoek van de minister aangeleverd exploitatieoverzicht van exploitatiekosten en -baten die zijn gemaakt of worden verwacht over de periode van de sdek-subsidie.
3. In geval het een andere productie-installatie dan een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid betreft, gebruikt de minister voor het berekenen van het exploitatiesaldo een exploitatieoverzicht met de exploitatiekosten en -baten die zijn gemaakt of worden verwacht over de periode van de sdek-subsidie, welk overzicht het door de producent op grond van artikel 3, derde lid, van de algemene uitvoeringsregelingaan de minister toegezonden overzicht, vergezelt.
4. Het exploitatieoverzicht, bedoeld in het tweede en derde lid, bevat voor zover van toepassing:
a. de variabele exploitatiekosten, waaronder: i. de kosten voor inkoop en aanvoer van biomassa;
ii. de kosten voor transport of opslag van koolstofdioxide;
iii. de kosten voor de inkoop van elektriciteit;
iv. de kosten voor afvoer van reststoffen;
v. de kosten voor onderhoud van de productie-installatie;
vi. de verzekerings-, garantie en administratiekosten voor de productie-installatie;
vii. de arbeidskosten voor operationeel beheer van de productie-installatie;
i. de kosten voor inkoop en aanvoer van biomassa;
ii. de kosten voor transport of opslag van koolstofdioxide;
iii. de kosten voor de inkoop van elektriciteit;
iv. de kosten voor afvoer van reststoffen;
v. de kosten voor onderhoud van de productie-installatie;
vi. de verzekerings-, garantie en administratiekosten voor de productie-installatie;
vii. de arbeidskosten voor operationeel beheer van de productie-installatie;
b. de vaste exploitatiekosten, waaronder: i. de kosten voor aansluiting van de productie-installatie op het elektriciteitsnet;
ii. de onroerende-zaakbelasting voor de productie-installatie op grond van artikel 220 van de Gemeentewet;
i. de kosten voor aansluiting van de productie-installatie op het elektriciteitsnet;
ii. de onroerende-zaakbelasting voor de productie-installatie op grond van artikel 220 van de Gemeentewet;
c. de variabele exploitatiebaten, waaronder: i. de baten van verkoop aan derden van hernieuwbare energie of de inkomsten uit vermindering van broeikasgas;
ii. de baten uit poortgelden;
iii. de baten uit verkoop van restproducten afkomstig van de productie-installatie;
iv. de vermeden aardgaskosten als gevolg van de exploitatie van de productie-installatie.
i. de baten van verkoop aan derden van hernieuwbare energie of de inkomsten uit vermindering van broeikasgas;
ii. de baten uit poortgelden;
iii. de baten uit verkoop van restproducten afkomstig van de productie-installatie;
iv. de vermeden aardgaskosten als gevolg van de exploitatie van de productie-installatie.
5. Voor het aanleveren van het exploitatieoverzicht wordt gebruik gemaakt van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.