BWBR0046885
Geldig vanaf 2022-07-12
Artikel 9
Beleidsregel toets passende stimulering en cumulatietoets onder het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie
1. De minister berekent bij het bepalen van de waarde van het rendement op geïnvesteerd vermogen, bedoeld in de artikelen 2, derde lid, en 3, tweede en derde lid, de netto contante waarde van de financieringslasten verbonden aan de investering bij een gemiddeld rendement van het geïnvesteerde vermogen, dat is opgenomen in het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van de aanvraag voor de sdek-subsidie.
2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van een geïnvesteerd vermogen in de productie-installatie dat lineair afloopt over de periode van de sdek-subsidie.
3. De minister kan een andere waarde van het rendement op geïnvesteerd vermogen dan de waarde, bedoeld in het eerste lid, hanteren, indien de subsidieontvanger schriftelijk aantoont dat bij de start van de financiering voor hem een andere verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van toepassing is, waarbij als vergoeding voor inbreng van eigen vermogen de grenswaarden gelden die zijn opgenomen in het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van de aanvraag voor sdek-subsidie.
4. Indien de sdek-subsidie is verleend op grond van een aanvraag die is ingediend voor 24 november 2020, berekent de minister in afwijking van het eerste, tweede en derde lid, de netto contante waarde van de financieringslasten verbonden aan de investering bij een gemiddeld rendement van het geïnvesteerde vermogen van 8%, uitgaande van een geïnvesteerd vermogen in de productie-installatie dat lineair afloopt over de periode van de sdek-subsidie.
5. De minister kan een afwijkende waarde voor het gemiddelde rendement van het geïnvesteerde vermogen hanteren dan de waarde, bedoeld in het vierde lid, indien de subsidieontvanger schriftelijk aantoont dat bij de start van de financiering voor hem een andere verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van toepassing is, waarbij als grenswaarden gelden maximaal 15% als vergoeding voor inbreng van eigen vermogen en maximaal 6% voor inbreng van het vreemd vermogen.
2. Bij de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van een geïnvesteerd vermogen in de productie-installatie dat lineair afloopt over de periode van de sdek-subsidie.
3. De minister kan een andere waarde van het rendement op geïnvesteerd vermogen dan de waarde, bedoeld in het eerste lid, hanteren, indien de subsidieontvanger schriftelijk aantoont dat bij de start van de financiering voor hem een andere verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van toepassing is, waarbij als vergoeding voor inbreng van eigen vermogen de grenswaarden gelden die zijn opgenomen in het eindadvies voor de betreffende categorie in het betreffende jaar van de indiening van de aanvraag voor sdek-subsidie.
4. Indien de sdek-subsidie is verleend op grond van een aanvraag die is ingediend voor 24 november 2020, berekent de minister in afwijking van het eerste, tweede en derde lid, de netto contante waarde van de financieringslasten verbonden aan de investering bij een gemiddeld rendement van het geïnvesteerde vermogen van 8%, uitgaande van een geïnvesteerd vermogen in de productie-installatie dat lineair afloopt over de periode van de sdek-subsidie.
5. De minister kan een afwijkende waarde voor het gemiddelde rendement van het geïnvesteerde vermogen hanteren dan de waarde, bedoeld in het vierde lid, indien de subsidieontvanger schriftelijk aantoont dat bij de start van de financiering voor hem een andere verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van toepassing is, waarbij als grenswaarden gelden maximaal 15% als vergoeding voor inbreng van eigen vermogen en maximaal 6% voor inbreng van het vreemd vermogen.