BWBR0046885
Geldig vanaf 2022-07-12
Artikel 13
Beleidsregel toets passende stimulering en cumulatietoets onder het Besluit duurzame energieproductie en klimaattransitie
1. De minister voert één jaar na ingebruikname van de productie-installatie waar de sdek-subsidie betrekking op heeft, een toets passende stimulering of cumulatietoets uit.
2. Indien uit de toets passende stimulering blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt:
a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie zodanig dat geen sprake meer is van overstimulering; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
3. Indien uit de cumulatietoets blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt:
a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie ter compensatie van de overstimulering met ten hoogste de toekomstige waarde van het bedrag aan de steun uit andere steunmaatregelen; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
4. De minister kan in afwijking van het tweede lid, onderdeel b, of het derde lid, onderdeel b, de sdek-subsidie met ingang van een ander moment aanpassen indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is.
5. Indien uit de toets passende stimulering of de cumulatietoets blijkt dat geen sprake is van overstimulering of dat de overstimulering minder dan € 10.000 bedraagt, stelt de minister de subsidieontvanger op de hoogte van de uitkomst van de toets.
2. Indien uit de toets passende stimulering blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt:
a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie zodanig dat geen sprake meer is van overstimulering; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-subsidie overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
3. Indien uit de cumulatietoets blijkt dat de overstimulering € 10.000 of meer bedraagt:
a. verlaagt de minister de sdek-subsidie die de subsidieontvanger kan ontvangen over de resterende periode van de sdek-subsidie ter compensatie van de overstimulering met ten hoogste de toekomstige waarde van het bedrag aan de steun uit andere steunmaatregelen; en
b. past de minister de beschikking tot verlening van de sdek-beschikking overeenkomstig aan door een korting door te voeren op het basis- of fasebedrag met ingang van het volgende kalenderjaar.
4. De minister kan in afwijking van het tweede lid, onderdeel b, of het derde lid, onderdeel b, de sdek-subsidie met ingang van een ander moment aanpassen indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is.
5. Indien uit de toets passende stimulering of de cumulatietoets blijkt dat geen sprake is van overstimulering of dat de overstimulering minder dan € 10.000 bedraagt, stelt de minister de subsidieontvanger op de hoogte van de uitkomst van de toets.