BWBR0045606
Geldig vanaf 2025-06-11
Artikel 5
Regeling aanvullende bekostiging nieuwe scholen en samenvoeging vo
1. Het bevoegd gezag van een nieuwe school, of van een school als bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, van de wet, kan voorafgaand aan het tweede schooljaar tot en met het schooljaar waarin de school volgroeid is een aanvraag indienen voor aanvullende bekostiging vanwege leerlingengroei. De aanvraag moet in het kalenderjaar waarin de leerlingengroei zich voordoet door DUO zijn ontvangen, doch uiterlijk op 1 juli van dat kalenderjaar. Aanvragen na 1 juli ontvangen, worden in ieder geval afgewezen. De aanvraag gaat vergezeld van een prognose van het te verwachten aantal leerlingen op 1 oktober van het nieuwe schooljaar waarbij, indien van toepassing, onderscheid wordt gemaakt tussen het aantal leerlingen praktijkonderwijs en het overige aantal leerlingen voor voortgezet onderwijs.
2. De leerlingengroei wordt vastgesteld door het verschil te berekenen tussen het aantal geprognosticeerde leerlingen op 1 oktober van het nieuwe schooljaar en het aantal leerlingen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
3. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de leerlingengroei te vermenigvuldigen met 5/12 devan het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden voof, indien het leerlingen betreft die praktijkonderwijs volgen, het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo. De minister beschikt en betaalt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, als bedrag ineens nadat een aanvraag met prognose, bedoeld in het eerste lid door het bevoegd gezag is ingediend, doch niet eerder dan in de maand augustus.
4. De aanvullende bekostiging wordt in december van het lopende schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het daaropvolgende schooljaar nader gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande schooljaar staat ingeschreven bij de school.
2. De leerlingengroei wordt vastgesteld door het verschil te berekenen tussen het aantal geprognosticeerde leerlingen op 1 oktober van het nieuwe schooljaar en het aantal leerlingen op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
3. De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de leerlingengroei te vermenigvuldigen met 5/12 devan het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden voof, indien het leerlingen betreft die praktijkonderwijs volgen, het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo. De minister beschikt en betaalt de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, als bedrag ineens nadat een aanvraag met prognose, bedoeld in het eerste lid door het bevoegd gezag is ingediend, doch niet eerder dan in de maand augustus.
4. De aanvullende bekostiging wordt in december van het lopende schooljaar gewijzigd vastgesteld op basis van de voorlopige telling van het werkelijk aantal leerlingen op 1 oktober en uiterlijk in de maand december van het daaropvolgende schooljaar nader gewijzigd vastgesteld op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op 1 oktober in het voorafgaande schooljaar staat ingeschreven bij de school.