BWBR0045605
Geldig vanaf 2021-11-15
Artikel 2
Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo
1. De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2025 vastgesteld op:
a. € 275.595,52 voor de hoofdvestiging;
b. € 137.797,76 voor een nevenvestiging.
2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2025 vastgesteld op:
a. € 9.507,49 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
b. € 11.185,30 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.
a. € 275.595,52 voor de hoofdvestiging;
b. € 137.797,76 voor een nevenvestiging.
2. De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2025 vastgesteld op:
a. € 9.507,49 per leerling in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo;
b. € 11.185,30 per leerling in het pro of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo.