BWBR0045606
Geldig vanaf 2025-06-11
Artikel 2
Regeling aanvullende bekostiging nieuwe scholen en samenvoeging vo
1. Voorafgaand aan de feitelijke start van een nieuwe school per 1 augustus van het eerste schooljaar verstrekt de minister aan de nieuwe school eenmalig een startbekostiging ter hoogte van de helft van het vaste bedrag voor de hoofdvestiging van een school, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.
2. De startbekostiging wordt verstrekt nadat het bevoegd gezag van de school de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar heeft ingediend bij de minister. In geval van een scholengemeenschap waarvan een school voor praktijkonderwijs deel uitmaakt, wordt bij de prognose onderscheid gemaakt tussen het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs en het aantal leerlingen in de overige schoolsoort of schoolsoorten.
3. De prognose wordt ingediend nadat de goedkeuring voor de start van de nieuwe school is verleend in het kader van de voorzieningenplanning. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van de school een beschikking waarin de startbekostiging is vermeld.
4. De minister beschikt en betaalt de startbekostiging, bedoeld in het eerste lid, als bedrag ineens nadat de prognose door het bevoegd gezag is ingediend, doch niet eerder dan in de maand mei.
2. De startbekostiging wordt verstrekt nadat het bevoegd gezag van de school de prognose van het aantal leerlingen op 1 oktober van het eerste schooljaar heeft ingediend bij de minister. In geval van een scholengemeenschap waarvan een school voor praktijkonderwijs deel uitmaakt, wordt bij de prognose onderscheid gemaakt tussen het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs en het aantal leerlingen in de overige schoolsoort of schoolsoorten.
3. De prognose wordt ingediend nadat de goedkeuring voor de start van de nieuwe school is verleend in het kader van de voorzieningenplanning. De minister verstrekt aan het bevoegd gezag van de school een beschikking waarin de startbekostiging is vermeld.
4. De minister beschikt en betaalt de startbekostiging, bedoeld in het eerste lid, als bedrag ineens nadat de prognose door het bevoegd gezag is ingediend, doch niet eerder dan in de maand mei.